In 2017 liep een man tegen de glazen pui in een winkel. Hij liep als gevolg hiervan letsel op. De schadeverzekeraar van de eigenaar van de winkel heeft aansprakelijkheid voor dit voorval erkend. De man is door het UWV volledig arbeidsongeschikt verklaard. De man verzoekt nu om het benoemen van drie deskundigen om zijn letsel te beoordelen: een neuroloog, een neuropsycholoog en een psychiater. De verzekeraar kan zich vinden in het benoemen van een neuroloog en een neuropsycholoog. Zij stelt zich echter op het standpunt dat de neuropsycholoog het onderzoek moet verrichten als hulponderzoek binnen het kader van het onderzoek van de neuroloog. De verzekeraar verzet zich daarnaast tegen het hanteren van de Tromp/Elemans-vraagstelling voor de neuropsycholoog. Zij voert aan dat vraagtekens kunnen worden gezet bij de objectiviteit van de Tromp/Elemans-vraagstelling en dat deze tot op heden geen algemeen geaccepteerde/gestandaardiseerde vraagstelling binnen de juridische en medisch-juridische praktijk is. Nu het gebruik van deze vraagstelling afwijkt van hetgeen gebruikelijk is, zijn de resultaten aan interpretatiegevoeligheid onderhevig. De rechtbank noemt een deskundige. Partijen zijn het verder eens over het voorleggen van de IWMD-vraagstelling aan hem. De rechtbank zal de nieuwste versie van deze vraagstelling inclusief de optionele vraag daarom voorleggen aan de deskundige. De rechtbank overweegt dat in het kader van een voorlopig deskundigenbericht, de wet maar beperkt de ruimte geeft om het verzoek tot het benoemen van een neuropsycholoog af te wijzen. Het door de verzekeraar aangevoerde belang is onvoldoende gewichtig om het verzoek af te wijzen. Niettemin is op basis van het partijdebat wel gebleken dat partijen het gelet op de bruikbaarheid van de rapporten van de deskundigen en het tegengaan van tegenstrijdige conclusies, wenselijk vinden dat een zeker samenspel plaatsvindt tussen de neuroloog en neuropsycholoog, waarbij de deskundigen acht kunnen slaan op hetgeen de andere deskundige heeft vastgesteld. De rechtbank wil aan deze wens tegemoetkomen. De rechtbank zal daarom beslissen dat de deskundigen eerst ieder een eigen conceptrapportage zullen opstellen. De andere deskundige zal – indien de man geen gebruik maakt van zijn blokkeringsrecht – vervolgens de gelegenheid worden gegeven van die conceptrapportage kennis te nemen alvorens een definitieve rapportage op te stellen waarin – voor zover van belang – kan worden ingegaan op hetgeen de andere deskundige in zijn conceptrapportage heeft vastgesteld. De rechtbank benoemt verder dat de Expertgroep Personenschade van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK) de Tromp/Elemans-vraagstelling heeft voorgelegd aan de beroepsverenigingen voor neurologie en neuropsychologie (NVN/NIP). De reactie van deze verenigingen komt erop neer dat de vraagstelling niet bruikbaar is. Gelet op de bezwaren van de beroepsgroep, ziet de rechtbank aanleiding deze vraagstelling niet voor te leggen aan deskundige. De IMWD-vraagstelling zal dus ook aan de andere deskundige die door de rechtbank wordt benoemd worden voorgelegd.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 03-06-2026