Strafrecht. De verdachte heeft in een psychose een vriendin bij wie hij logeerde doodgestoken. De vader en zus van het overleden slachtoffer hebben zich gevoegd als benadeelde partijen. De vader krijgt zijn affectieschade vergoed conform het Besluit vergoeding affectieschade. Het beroep van de zus op de hardheidsclausule in de zin van artikel 6:108 lid 4 onder g BW slaagt. Er is sprake van een bijzondere en hechte affectieve relatie. Het leeftijdsverschil was minder dan twee jaar. Na het overlijden van hun moeder, toen de benadeelde partij 11 jaar was, zijn zij samen naar een kostschool in Zwitserland gestuurd. Ze spraken de taal niet, waren in een nieuwe omgeving en zaten nog in een rouwproces. Ze mochten om die reden bij wijze van uitzondering een kamer delen en waren hierdoor nog meer op elkaar aangewezen. Hun band werd niet alleen gekenmerkt door wat ze samen deden, maar vooral door wat ze voor elkaar betekenden. Het overleden slachtoffer was niet alleen haar zus, maar ook haar vertrouwenspersoon en steun, waarbij de benadeelde partij altijd volledig zichzelf kon zijn. Vanaf februari 2024 woonde de benadeelde partij ook in een woning naast het overleden slachtoffer. Een andere benadeelde partij heeft zich ook gevoegd: zij vordert een vergoeding van € 1.500 aan shockschade. De rechtbank overweegt dat de benadeelde partij niet direct nadat verdachte het bewezenverklaarde delict had gepleegd, geconfronteerd is geweest met het stoffelijk overschot van het overleden slachtoffer en de verwondingen die op haar lichaam waren aangebracht. Integendeel. Zij heeft het stoffelijk overschot pas bij de condoleance gezien, waarbij niet aannemelijk is dat zij op dat moment werd geconfronteerd met alle verwondingen op het lichaam en evenmin aannemelijk is dat sprake is geweest van een onverhoedse confrontatie. Dat de benadeelde partij later bij het schoonmaken van de woning met bloedspatten van het overleden slachtoffer is geconfronteerd moet heel akelig voor haar zijn geweest, maar ook dit valt niet onder de situaties waarop de Hoge Raad doelt. Reeds op grond van het voorgaande wordt niet voldaan aan de criteria voor schokschade. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij daarom afwijzen.
Rechtbank Gelderland (Locatie Zutphen), 14-07-2026