De verdachte wordt veroordeeld wegens doodslag. Aan de benadeelde partij wordt een bedrag van € 9.620,65 ter vergoeding van materiële schade toegekend. De vordering ter vergoeding van immateriële schade (shockschade) wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet kan worden vastgesteld of sprake is van schade die is veroorzaakt door een rechtstreekse confrontatie met de omstandigheden waaronder het stoffelijk overschot is aangetroffen.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 31-03-2016