In deze procedure is sprake van twee ongevallen, waarvan het ongeval in 2015 onderwerp van deze procedure is. De vrouw stelt door de ongevallen whiplashklachten te hebben. De kern van het geschil betreft de vraag of de vrouw rechtens vast te stellen gezondheidsklachten heeft en, indien dat het geval is, of er een causaal verband bestaat tussen deze klachten en ongeval. Tussen de verzekeraar en de vrouw staat niet ter discussie dat er bij de vrouw sprake is van aanhoudende pijnklachten, maar de partijen twisten over de oorzaak van de lichamelijke klachten. Het gerecht stelt vast dat partijen, onder verwijzing naar de bevindingen van hun medisch adviseur, een tegenovergesteld standpunt innemen ten aanzien van het causaal verband tussen de klachten en ongeval 2. Daar komt bij dat de medisch adviseurs (de eventuele gevolgen van) ongeval 1 kennelijk niet in hun bevindingen hebben betrokken. Het gerecht acht het bij deze stand van zaken noodzakelijk om, teneinde duidelijkheid te krijgen over het bestaan, de aard en de omvang van de klachten van de vrouw en het causaal verband tussen de klachten en ongevallen 1 en 2, een medisch deskundige te benoemen. Verder dient de vrouw alle medische stukken ten aanzien van de ongevallen 1 en 2 en voor zover nog niet ingebracht in de procedure, en op basis waarvan de rapporten van de medisch adviseurs tot stand zijn gekomen, bij akte in het geding te brengen. Ook dient de vrouw een medische machtiging af te geven zodat de deskundige indien nodig nadere gegevens kan opvragen.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 24-04-2023