Deelgeschil. In 2016 is een automobilist van achteren aangereden door een andere auto. De WAM-verzekeraar van deze andere auto heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. De automobilist stelt dat hij als gevolg van het ongeval blijvend letsel heeft opgelopen, bestaande uit pijnklachten aan de nek, schouder en rug, hoofdpijnklachten, cognitieve klachten, psychische klachten en slaapproblemen. Ten tijde van het ongeval werkte de automobilist in loondienstverband als magazijnmedewerker en als zelfstandige in de avonduren als schoonmaker van scholen en kantoren. Na het ongeval is hij voor beide werkzaamheden uitgevallen. De WAM-verzekeraar heeft in de periode vanaf het ongeval tot medio 2020 in totaal een bedrag van € 56.000 op de materiële schade bevoorschot. Ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten heeft zij € 30.000 bevoorschot. De schaderegeling is vastgelopen. Partijen verschillen onder andere van mening over het eventuele verrekenen van de door de man ontvangen transitievergoeding (€ 20.866,37 bruto). Volgens de man is dat in deze zaak niet redelijk. De rechtbank overweegt dat er sprake is van causaal verband tussen het ongeval en het recht op transitievergoeding. Dat bij een later ontslag de transitievergoeding hoger zou zijn geweest, is geen omstandigheid die dit anders maakt. Indien de automobilist in dienst zou zijn gebleven, staat immers niet vast dat zijn dienstverband uiteindelijk zou zijn beëindigd door middel van een vaststellingsovereenkomst en het uitkeren van een transitievergoeding of door, bijvoorbeeld, het zelf opzeggen van de arbeidsovereenkomst. De vraag is vervolgens of sprake is van een verkregen voordeel. De rechtbank acht van belang dat de transitievergoeding naar haar aard strekt tot compensatie voor het ontslag en de kosten voor de transitie naar een andere baan. De vergoeding dekt dus deels eventuele schade bestaande uit verlies aan inkomen na het ontslag. Naar het oordeel van de rechtbank is er daarmee voldoende aanleiding deze te betrekken in de berekening van het verlies aan verdienvermogen bij de schadeafwikkeling. Anderzijds acht de rechtbank van belang dat de vergoeding wordt berekend op basis van de duur van het dienstverband en daarmee ook een tegemoetkoming is om de gevolgen van het ontslag voor de werknemer te verzachten. In die zin heeft de vergoeding, naar het oordeel van de rechtbank, ook iets in zich van een compensatie voor het verlies van een baan in bredere zin dan enkel in financieel opzicht. De rechtbank acht dan ook redelijk om over te gaan tot verrekening van 50% van de netto verkregen transitievergoeding. De rechtbank overweegt verder dat er geen sprake is van een onzorgvuldige of anderszins schadetoebrengende handelswijze aan de zijde van de WAM-verzekeraar.
Rechtbank Gelderland, 10-09-2025