Naar boven ↑
8.615 resultaten

Rechtspraak

PS 2025-0235

Deelgeschil. Een man is tijdens een bedrijfsuitje van een e-step gevallen. Hij is met zijn hoofd op de grond terechtgekomen en heeft daar hersenletsel aan overgehouden. Hij is uiteindelijk volledig afgekeurd en krijgt een IVA-uitkering. De man heeft zijn werkgever aansprakelijk gesteld voor de gevolgen die het ongeval voor hem heeft. De werkgever en zijn aansprakelijkheidsverzekeraar hebben laten weten dat geen aansprakelijkheid wordt erkend. Er zijn getuigen gehoord, maar de werkgever en zijn aansprakelijkheidsverzekeraar hebben hierin geen aanleiding gezien alsnog aansprakelijkheid te erkennen. De man verzoekt de kantonrechter onder andere voor recht te verklaren dat zijn werkgever zoals bedoeld in artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de schade die hij lijdt en dat hij die schade moet vergoeden. De kantonrechter overweegt dat de werkgever ook voor een ongeval tijdens een bedrijfsuitje aansprakelijk kan zijn op grond van artikel 7:658 BW. Dit is in deze zaak het geval omdat er sprake is van een voldoende nauw verband met het werk. De werkgever heeft volgens de kantonrechter niet voldaan aan zijn zorgplicht. De werkgever is aansprakelijk. Het primaire verzoek van de man wordt toegewezen. De ‘Overeenkomst Resultaatsgerichte Beloning’, een ‘no cure no pay’-afspraak, waarbij het gebruikelijke uurtarief met 150% wordt verhoogd met als maximum 35% van het financiële resultaat voldoet niet aan de dubbele redelijkheidstoets.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 09-04-2025