Strafrecht. Veroordeling voor poging tot doodslag. Het slachtoffer vordert vergoeding van materiële (€ 124,62) en immateriële schade (€ 6.000). De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van de materiële schade geheel toe. De immateriële schade stelt de rechtbank naar billijkheid vast op € 5.000 wegens pijn en letsel als gevolg van het bewezen verklaarde feit. Verder is met een brief van de behandelend psycholoog onderbouwd dat er ook psychische schade is veroorzaakt.
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 04-06-2019