Arbeidsrecht. Kennelijk onredelijk ontslag door de Staat. Werknemer vordert immateriële schadevergoeding wegens geestelijke pijn en beschadiging van de integriteit. Toepassing artikel 6:106 BW. Voor een vergoeding van smartengeld, waarop werknemer aanspraak maakt, is geen ruimte, tenzij er sprake zou zijn van een oogmerk (van de zijde van de Staat) om schade toe te brengen of in geval van lichamelijk letsel. Van beide is niet gebleken. Voor zover werknemer naar voren heeft gebracht dat zij onder behandeling is voor psychische klachten levert dat geen lichamelijk letsel op, nog daargelaten dat niet is gebleken dat die klachten het gevolg zijn van het gegeven ontslag.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 19-06-2019