Bevoegdheidsincident. Bewakers die allen verblijvende zijn in Afghanistan vorderen van de Staat dat zij vanuit Afghanistan naar Nederland zullen worden geëvacueerd omdat zij werkzaam zijn geweest voor de Nederlandse ambassade en daardoor nu groot gevaar lopen onder het huidige bewind in dat land. De bewakers hebben als insteek voor hun vordering tegen de Staat artikel 7:658 lid 4 BW genomen. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de bewakers personen die artikel 7:658 lid 4 BW bescherming beoogt te bieden. Datzelfde wetsartikel bepaalt dat de kantonrechter bevoegd is om kennis te nemen van vorderingen op grond van dit artikel(lid). De Staat haalt een passage aan uit de memorie van toelichting, maar anders dan de Staat is de kantonrechter van oordeel dat deze passage niet duidt op een discretionaire bevoegdheid, maar erop duidt dat artikel 7:658 lid 4 BW tot gevolg heeft dat beide vorderingen (tegen zowel de werkgever als de inlener) door dezelfde rechter worden behandeld. De bewakers waren werkzaam bij de Nederlandse ambassade, totdat de ambassade door de machtsovername door de Taliban in augustus 2021 werd verlaten. Eisers waren niet in dienst van de Staat, maar van een lokale ‘contractor’, waarmee de Staat een overeenkomst had gesloten. Het bewaken van een ambassade, zeker in het onveilige land, dat Afghanistan ook toen was, behoort tot de uitoefening van het ‘bedrijf’ van de Staat. De bevoegdheid van de kantonrechter op grond van artikel 7:658 lid 4 BW staat overigens los van de vraag of de betrokken personen al dan niet zowel de werkgever als de inlener in rechte betrekken. Dat is een keuze van de eisende partij en in dit geval hebben de eisers ervoor gekozen alleen de Staat als inlener in rechte te betrekken. De kantonrechter acht zich daarom bevoegd om van de vorderingen van de bewakers kennis te nemen.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 07-08-2025