Verkeersaansprakelijkheid. Motorrijder, rijdend op een fietsstrook, komt ten val wanneer de bestuurder van een op de gehandicaptenparkeerplaats geparkeerde auto van appellant zijn portier opent. De motorrijder valt met zijn motor tegen een bij verkeerslichten stilstaande auto en raakt gewond. Het hof oordeelt dat de bestuurder van de geparkeerde auto aansprakelijk is, omdat deze een bijzondere manoeuvre als bedoeld in artikel 54 RVV 1990 uitvoerde en daarbij al het overige verkeer voor diende te laten gaan. De bestuurder heeft zijn gedrag onvoldoende afgestemd op mogelijk passerend verkeer op de fietsstrook. Voor zover appellant al niet de mogelijkheid had om naderende verkeersdeelnemers op de fietsstrook tijdig waar te nemen, bijvoorbeeld als gevolg van een handicap, had appellant aan de andere kant van de auto moeten uitstappen of elders moeten parkeren. Mede gelet op het uitgangspunt dat appellant geïntimeerde had moeten laten voorgaan, valt niet in te zien dat geïntimeerde van zijn kant heeft gereden op een wijze die jegens appellant tot schadevergoeding verplicht.
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 21-07-2020