Strafrecht. Bedreigen van drie en beschieten van twee leden van één familie, de moeder en de zoon. Moeder en zoon eisen een vergoeding van immateriële schade als gevolg van het feit dat ze letsel hebben opgelopen door de schietpartij en shockschade wegens directe confrontatie met de gevolgen van de schietpartij jegens de ander. Voor de vergoeding van de gevorderde schade is naar het oordeel van de rechtbank irrelevant of het psychisch letsel van de benadeelde partijen, waaronder de posttraumatische stressstoornis, het gevolg is van het aan benadeelden zelf toegebrachte letsel of van de confrontatie met de gevolgen die het schietincident voor de ander heeft gehad. Moeder krijgt een vergoeding van € 20.000. Zoon krijgt een vergoeding van € 50.000.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 28-04-2022