Deelgeschil. De vrouw is in het restaurant van een afstapje gevallen en heeft toen haar rechterarm gebroken. Zij heeft het restaurant aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van haar val. De aansprakelijkheidsverzekeraar van het restaurant heeft de aansprakelijkheid afgewezen. De vrouw vraagt in dit deelgeschil om te beslissen dat het restaurant aansprakelijk is voor de gevolgen van haar val en dat het restaurant hoofdelijk gehouden is haar materiële en immateriële schade te vergoeden. De vrouw beroept zich primair op artikel 6:174 BW in samenhang met artikel 6:181 BW. Subsidiair beroept zij zich op artikel 6:162 BW. Het gaat in de procedure om een Rijksmonument met binnen meerdere niveauverschillen. Dat is ook niet in geschil. Naar het oordeel van de rechtbank zijn niveauverschillen in een pand als dit ook te verwachten. Van een bezoeker mag daarom de nodige oplettendheid worden verwacht en worden verwacht dat deze met niveauverschillen rekening houdt. De kans om bij de ingang over het afstapje te vallen, is naar het oordeel van de rechtbank klein. Het gaat om een afstapje van 11 centimeter dat duidelijk zichtbaar is, ook omdat het om verschillende materialen gaat. Het hogere gedeelte is van hout en het lagere van beton en daar tussenin zit een ijzeren strip. De vrouw is ongelukkig ten val gekomen met naar letsel en ook nog een vervelende nasleep na (complicaties bij) de tweede operatie, maar de kans dat het opstapje ernstig letsel kan veroorzaken, acht de rechtbank klein. Naar het oordeel van de rechtbank had het restaurant de door de vrouw genoemde veiligheidsmaatregelen niet hoeven te treffen omdat het afstapje duidelijk genoeg te zien is, onder meer door de verschillende materialen (beton, ijzer, hout). De conclusie is dat het restaurant niet aansprakelijk is voor de gevolgen van de val van de vrouw, niet op grond van artikel 6:174 BW (gebrekkige opstal) en niet op grond van artikel 6:162 BW (gevaarzetting).
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 19-05-2026