Vorderingen tegen een leerkracht en de school tot vergoeding van immateriële schade van een voormalig leerling worden afgewezen. De vordering is volstrekt onvoldoende onderbouwd. De moeder van de voormalig leerling had op voorhand moeten begrijpen dat de vorderingen geen kans van slagen hadden en wordt veroordeeld in de volledige advocaatkosten van de school. De reconventionele vordering van de leerkracht op grond van de aantasting van haar eer en goede naam, wordt toegewezen, gelet op de grievende aard van de beschuldigingen, die zonder enige onderbouwing worden herhaald.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 18-10-2023