Strafrecht. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting, poging tot moord en wederrechtelijke vrijheidsberoving van zijn ex-partner en de moeder van zijn kinderen. Verdachte heeft het slachtoffer op een berekenende en slinkse wijze naar een afgelegen locatie gelokt om haar vervolgens, terwijl zij niet op haar hoede was, gewelddadig te overmeesteren. Verdachte heeft het slachtoffer geslagen, gestompt en plukken haar uit haar hoofd getrokken. Verdachte heeft haar in haar hals getaserd met een stroomstootwapen en haar handen en voeten vastgebonden met een spanband. Deze gewelddadige vrijheidsberoving hield urenlang aan en ondertussen werd het slachtoffer herhaaldelijk geslagen, gestompt, vernederd, uitgescholden en bedreigd met de dood. Verdachte heeft haar met een schaar van haar kleding ontdaan, haar gewurgd, waarbij het haar zwart voor de ogen werd en zij vreesde voor haar leven en vervolgens verkracht. Met alleen een trui en voor het overige naakt werd het slachtoffer door verdachte achtergelaten. Het slachtoffer is naar huis gereden en werd in die toestand aangetroffen door twee van haar dochters. Het slachtoffer heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 30.000 gevorderd. Naar het oordeel van de rechtbank staat in dit geval vast dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van de door de verdachte gepleegde strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde vergoeding van € 30.000 billijk is, gelet op de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen.
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 26-02-2026