Aanrijding tussen twee automobilisten. Allianz heeft de aansprakelijkheid voor de aanrijding namens haar verzekerde erkend, maar heeft daarbij ook aangegeven dat de toedracht van het ongeval nader zal worden onderzocht door Ongevallenanalyse Nederland (OAN). In de deelgeschilprocedure heeft de rechtbank geoordeeld dat het gestelde letsel onvoldoende is onderbouwd en wijst de rechtbank de gevorderde vergoeding van de daaruit voortvloeiende materiële en immateriële schade door Allianz af. Drie maanden later heeft Allianz de andere automobilist laten weten dat zij mede naar aanleiding van de deelgeschilprocedure geconcludeerd heeft dat sprake is van opzettelijke dan wel bewuste misleiding door die automobilist met als kennelijke doel om Allianz te bewegen tot het doen van een onterechte (hogere) schade-uitkering. In deze procedure vordert de automobilist een deskundigenbericht, teneinde de toedracht van het ongeval te laten onderzoeken. De rechtbank wijst dit verzoek af, nu een dergelijk onderzoek reeds door OAN is verricht en uit dit onderzoek blijkt dat een gedeelte van de geclaimde schade niet het gevolg is van de aanrijding. Meer in het bijzonder blijkt dat het onaannemelijk is dat de door de automobilist geclaimde schade aan de auto het gevolg is van de aanrijding. Los van voorgaande, is bij beschikking in rechte vastgesteld dat de automobilist opzettelijk Allianz heeft proberen te misleiden teneinde een hogere schadevergoeding te verkrijgen. De rechtbank oordeelt dat de automobilist onvoldoende belang heeft bij het door hem verzochte voorlopig deskundigenbericht.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 18-07-2024