Een snorfietser heeft een ernstig ongeluk gekregen doordat hij tegen een door de Gemeente geplaatst schrikhek reed dat – bij stormachtig weer – was omgewaaid. De verzekeraar heeft de ziektekosten van de snorfietser vergoed en vordert als gesubrogeerd verzekeraar vergoeding daarvan door de Gemeente. Volgens de verzekeraar was sprake van een gevaarzettende situatie waarvoor de Gemeente jegens de snorfietser aansprakelijk is. Het hof is, net zoals de rechtbank, van oordeel dat sprake was van een gevaarzettende situatie die maakt dat de Gemeente aansprakelijk is voor de schade. Het gaat hier om een door de Gemeente zelf geplaatst schrikhek, dat niet was verzwaard met zandzakken of anderszins, terwijl aan de Gemeente duidelijk was of in ieder geval moest zijn dat dergelijke hekken bij harde wind of storm kunnen omwaaien. Daarnaast is van belang dat het schrikhek waar het in deze zaak om gaat midden op een weg was geplaatst waarvan (snor)fietsers nog gebruik konden maken. De Gemeente heeft aangevoerd dat er sprake is van eigen schuld omdat de snorfiets zou zijn opgevoerd. Het hof heeft overwogen dat ervan moet worden uitgegaan dat de bestuurder niet harder reed dan 25 km/h. Dat betekent dus dat het feit dat de snorfiets was opgevoerd, geen rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het ongeval. Dat geldt ook als juist is, zoals de Gemeente bij de mondelinge behandeling nog heeft betoogd, dat een opgevoerde snorfiets eigenlijk niet de weg op mag. De Gemeente voert verder nog aan dat de bestuurder stapvoets had moeten rijden vanwege het stormachtige weer en dat hij de fietsstrook had moeten gebruiken en niet het middendeel van de weg. Deze betogen falen. Er zijn geen aanwijzingen dat de bestuurder niet de normale oplettendheid in acht heeft genomen of dat hij in de gegeven omstandigheden niet op het middeldeel van de weg had mogen rijden. Het hoger beroep van de Gemeente slaagt niet en het hof bekrachtigt het vonnis.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 08-07-2025