Een man stelt dat hij van een keukentrap is geduwd door een vrouw toen hij snoeiwerkzaamheden in de tuin van de vrouw aan het uitvoeren was. De vrouw heeft dit gemotiveerd betwist. Zij heeft toegelicht dat de man zonder haar toestemming snoeiwerkzaamheden in haar tuin uitvoerde en dat zij hem daarop heeft aangesproken en heeft verzocht te stoppen. Omdat hij niet stopte met snoeien, heeft zij de politie gebeld. Ook daarna ging de man door. Volgens de vrouw heeft zij de trap wel kort vastgepakt, maar niet op het moment dat de man opnieuw de trap opklom en ook niet op het moment dat hij zou zijn gevallen. De man heeft vervolgens zijn stellingen niet nader onderbouwd terwijl dat wel op zijn weg had gelegen. Weliswaar zijn er door hem beelden in het geding gebracht, maar daarop is de vermeende duw (en val) juist niet te zien. Wel is te zien en te horen dat er een vervelende sfeer en discussie ontstond over de snoeiwerkzaamheden, zoals de vrouw ook beschrijft. De man heeft dus niet voldaan aan zijn stelplicht, waardoor niet kan worden vastgesteld dat sprake is van onrechtmatig handelen door de vrouw. Daar komt bij dat de man ook zijn gestelde schade en het causaal verband onvoldoende heeft onderbouwd. De man stelt dat hij een handfractuur heeft opgelopen en € 385 aan eigen risico moest betalen, maar uit de stukken blijkt niet dat sprake is van een handfractuur. Uit het verslag van het ziekenhuis blijkt juist dat is vastgesteld dat er géén sprake van een handfractuur was. Een betalingsbewijs van het eigen risico ontbreekt bovendien ook. Het gestelde loonverlies van € 2.060 is ook niet onderbouwd. Uit de overgelegde stukken volgt niet dat de man op het moment van het voorval nog werkzaam was, integendeel: de plaatsingsbevestiging van het uitzendbureau heeft een einddatum van 15 juni 2025, terwijl het voorval op 16 juni 2025 heeft plaatsgevonden. Ook ten aanzien van de gestelde schade aan de broek is niet aangetoond dat deze als gevolg van de val is beschadigd. Op de videobeelden is geen kapotte broek zichtbaar. Verder is de gestelde immateriële schade van € 2.500 op geen enkele wijze onderbouwd.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 08-04-2026