Naar boven ↑

Update

Nummer 2, 2026
Uitspraken van 13 januari 2026 tot 20 januari 2026
Redactie: Mr. H. Vorsselman, mr. drs. I. van der Zalm, mr. Y. Bosschaart en J. Stulp.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u de nieuwe PS Updates aan.

Rechtspraak
In deze nieuwsbrief hebben wij een selectie opgenomen van de sinds de vorige nieuwsbrief verschenen uitspraken, die te raadplegen zijn via de hyperlinks onder aan deze nieuwsbrief. 

Ziekenhuis aansprakelijk voor handelen gynaecoloog die zijn eigen zaad gebruikte voor het verwekken van een drieling in 1988.
Een moeder en haar kinderen hebben een zaak aangespannen tegen een ziekenhuis. Het hof houdt het ziekenhuis aansprakelijk voor de schade (materieel en immaterieel) die de moeder en haar kinderen (een drieling) lijden doordat de gynaecoloog tijdens een vruchtbaarheidsbehandeling in 1988 niet het zaad van de echtgenoot heeft gebruikt, maar zijn eigen zaad. Dit ondanks de contractuele relatie (destijds alleen met de gynaecoloog, niet met het ziekenhuis) en ondanks het verlopen van de verjaringstermijn van twintig jaar. Voor wat betreft de contractuele relatie oordeelt het hof dat de moeder er wegens diverse omstandigheden gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij ook met het ziekenhuis een contract had. En voor wat betreft de verjaringstermijn oordeelt het hof dat de termijn van twintig jaar in dit geval onredelijk is nu de verwijtbare inbreuk zo ernstig is, dat het onaanvaardbaar is af te wijzen wegens verjaring. Het hof oordeelt dat sprake is van een wanprestatie jegens de moeder en onrechtmatig handelen jegens de kinderen. Verder is verwezen naar een schadestaatprocedure (PS 2026-0046).

Vrouw breekt scheenbeen wanneer zij omver wordt gelopen door hond, deels eigen schuld. Rechtbank hecht bij de bewijswaardering weinig waarde aan excuses van wederpartij direct na ongeval.
Een vrouw wordt tijdens het uitlaten van haar hond op een grasveldje waar meerdere honden met elkaar spelen omver gelopen door een hond. In het ziekenhuis is geconstateerd dat zij een complexe breuk aan haar linkerscheenbeen heeft opgelopen. Anderhalf jaar na het ongeval is de vrouw (nog) niet volledig hersteld en kampt zij nog met diverse beperkingen. De rechtsbijstandsverzekeraar van de vrouw heeft de eigenaren van de hond aansprakelijk gesteld op grond van artikel 6:179 BW voor de schade die zij als gevolg van het ongeval lijdt en zal lijden. De eigenaren hebben kenbaar gemaakt niet verantwoordelijk te zijn voor het ongeval. Volgens hen is het de eigen hond van de vrouw die haar omver heeft gelopen waardoor zij viel. Subsidiair beroepen zij zich op eigen schuld van de vrouw. Door haar hond onaangelijnd te laten spelen met andere loslopende honden en tussen die spelende honden te gaan staan, heeft zij zelf bijgedragen aan het ontstaan van het ongeval. De rechtbank oordeelt dat de vrouw geslaagd is in het bewijs dat het de hond van de eigenaren is geweest die haar omverliep. Hierbij hecht de rechtbank veel waarde aan de verklaring van de enige getuige die het incident zelf heeft zien gebeuren en die geen partij is bij deze procedure (ondanks dat zij de vrouw kende). Voor de waardering van het bewijs hecht de rechtbank weinig waarde aan wat zich direct na het ongeval heeft afgespeeld of hoe partijen zich nog later via tussen hen gevoerde (WhatsApp)correspondentie hebben geuit, nu daaruit geen uitdrukkelijke erkenning van aansprakelijkheid kan worden afgeleid. Het zich verontschuldigen of het zeggen/schrijven van ‘sorry’ is hiertoe onvoldoende. In aanmerking moet worden genomen dat iedereen die het incident heeft zien gebeuren hevig was geschrokken en de situatie enorm vervelend vond voor de vrouw. Dit leidt ertoe dat de eigenaren op grond van artikel 6:179 en 6:180 BW jegens de vrouw hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de ten gevolge van het incident door de vrouw geleden en nog te lijden schade, maar zijn niet volledig schadeplichtig. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van dergelijke aan de vrouw toe te rekenen en voor risico van de vrouw komende omstandigheden. Vast staat immers dat zowel de vrouw als de eigenaren hun honden uitlieten op een groenstrook/grasveld waarbij zij beiden de aldaar geldende aanlijnplicht niet in acht namen. Beiden, dus ook de vrouw, hebben hun hond van de lijn afgehaald en hebben het goed gevonden dat hun honden ongestoord en ongehinderd met elkaar gingen spelen. Een verdeling van de schade over de vrouw en de eigenaren in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen leidt tot het oordeel van de rechtbank dat de eigenaren 60% van de ten gevolge van het incident geleden schade dient te vergoeden en dat dus 40% van de schade voor eigen rekening van de vrouw dient te blijven (PS 2026-0040). 

Geen mogelijkheid voor affectieschade op de BES-eilanden.
Strafrecht. Schietpartij op 10 november 2024 in het centrum van Bonaire. Vrijspraak van moord omdat voorbedachte rade niet bewezen kan worden. Bewezenverklaring doodslag en het voorhanden hebben van een vuurwapen. Het Gerecht legt een gevangenisstraf voor de duur van dertien jaren op. De moeder van het slachtoffer heeft zich in het strafproces gevoegd. De benadeelde partij vordert $ 20.000 aan immateriële schade voor het leed dat haar is aangedaan. De vraag die het Gerecht moet beantwoorden is of het leed van de moeder van het slachtoffer in deze zaak in juridische zin vertaald kan worden in een schadevergoeding op basis van ‘shockschade’. Voor het Gerecht staat wel vast dat aan de benadeelde partij onbeschrijfelijk leed is toegebracht door de gewelddadige dood van haar zoon. Het is duidelijk dat sprake is van trauma en van een heftige rouwreactie. Het Gerecht kan zich ook voorstellen dat het zien van haar kort daarvoor overleden zoon voor de benadeelde bijzonder pijnlijk moet zijn geweest. Maar dat is niet wat het Gerecht moet beoordelen. De vraag die het Gerecht moet beantwoorden, is of voldoende is komen vast te staan dat sprake is van geestelijk letsel dat door de confrontatie is ontstaan. Het Gerecht kan dat op basis van de huidige informatie niet vaststellen. Het Gerecht overweegt verder nog het volgende. Juist in verband met situaties als deze is in Europees Nederland de mogelijkheid ingevoerd om affectieschade te vorderen. Affectieschade is kort gezegd immateriële schade die bestaat uit het verdriet dat wordt veroorzaakt door het overlijden van een naaste als gevolg van een gebeurtenis waarvoor iemand anders aansprakelijk is. Onder het huidige Bonairiaanse recht is echter geen vergoeding mogelijk op grond van affectieschade. Hoewel het Gerecht bekend is met de omstandigheid dat de wetgever overweegt ook op de BES toekenning van affectieschade mogelijk te maken, gaat het de rechtsvormende taak van het Gerecht te buiten om nu al, zonder wettelijke basis, affectieschade toe te kennen. Hoe zuur dit voor de benadeelde ook is (PS 2026-0052).

Literatuur
A.E. Harteveld, ‘Annotatie bij HR 22-04-1969, VR 1969, 120’, Verkeersrecht ANWB 2025/136, afl. 12. 

H.D. Wolswijk, ‘In alle redelijkheid. Opmerkingen over en naar aanleiding van het arrest Letale longembolie’, Verkeersrecht ANWB 2025/137, afl. 12. 

J.F. Roth, ‘Zwolsche Algemeene/De Greef’, Verkeersrecht ANWB 2025/138, afl. 12. 

J. Sap, ‘Het comateuze slachtoffer na het Coma-arrest en het Mallorca-arrest’, Verkeersrecht ANWB 2025/139, afl. 12. 

J.A.M. Gijsbers & E.L. van der Kamp, ‘Finaliteit onder de WAMCA’, MvV 2025/11. 

J.M. Keizer, ‘Nieuwe IWMD-vraagstelling. Systeem gehandhaafd, toelichting aangescherpt’, Letsel & Schade 2025/3. 

L. Zantema, ‘An accident waiting to happen of gewoon pech? Aanhoudende pijn’, Letsel & Schade 2025/6. 

M. de Hek, ‘No cure no pay definitief toegestaan in personenschadezaken’, Letsel & Schade 2025/12.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ps-updates@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Ilona van der Zalm & Armin Vorsselman 
PS Updates

Hoge Raad

Hof

Rechtbank

Antillen