Strafrecht. De verdachte heeft zich in de periode 2007-2013 schuldig gemaakt aan het seksueel misbruiken van zijn tweelingzusjes die toen tussen de zes en twaalf jaar oud waren. Na het plegen van de hands-on delicten is verdachte vervolgens in de periode van 2017-2025 doorgegaan met het plegen van hands-off delicten. Ook nu heeft hij binnen zijn familie een slachtoffer gemaakt door het vervaardigen, verspreiden en bezitten van kinderporno van zijn destijds driejarige nichtje. In deze periode heeft hij ook ruim 2500 kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad, waaronder van zijn destijds minderjarige ex-vriendin. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van zeven jaar en tbs met dwangverpleging. De tweelingzusjes hebben zich gevoegd als benadeelde partijen. De rechtbank overweegt dat de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelden zo voor de hand liggen dat sprake is van een persoonsaantasting. Bovendien is voldoende aannemelijk gemaakt dat de benadeelde partijen psychische schade hebben geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het seksueel misbruik. Ze zijn immers in hun ouderlijk huis, een plek waar zij zich veilig horen te voelen, op zeer jonge leeftijd jarenlang seksueel misbruikt door hun broer. Gelet op de ernst, duur, frequentie en locatie van de inbreuk op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partijen en de gevolgen die deze inbreuk voor de zusjes heeft gehad, gaat de rechtbank uit van de bovengrens van categorie A (meest ernstig) van de Rotterdamse schaal, te weten € 32.000. Gelet op de zeer jeugdige leeftijd waarop de benadeelde partijen het langdurig misbruik hebben moeten ondergaan acht de rechtbank een verhoging van voornoemd bedrag met 25%, overeenkomstig aanbeveling 2 van de Rotterdamse schaal, passend. Beide zusjes krijgen dus € 40.000 aan immateriële schadevergoeding toegekend.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 13-08-2026