Naar boven ↑
8.701 resultaten

Rechtspraak

PS 2025-0008

Niet-letsel. Een bestuurder is in 2022 met zijn auto van de weg geraakt toen hij de oprit naar de snelweg opreed. De auto is langs de berm naar beneden gegleden en in de sloot terechtgekomen. De bestuurder heeft een ruit van de auto ingeslagen, is uit de auto geklommen en naar huis gegaan. De hulpdiensten zijn naar de plek van het ongeval gereden. De politie is vervolgens naar het huis van de bestuurder gegaan en heeft daar en op het politiebureau een alcoholcontrole uitgevoerd, waarna het rijbewijs van de bestuurder voor een periode is ingevorderd. De auto is total loss verklaard. De bestuurder wil dat de verzekeraar de schade vergoed. De verzekeraar weigert dekking te verlenen omdat zij meent dat de bestuurder zijn medewerkingsplicht heeft geschonden door de plaats van het ongeval te verlaten en thuis direct alcohol te drinken. De bestuurder heeft daarnaast afwijkende verklaringen afgelegd en niet gereageerd op vragen van de verzekeraar. Daarnaast vraagt de verzekeraar zich af of de bestuurder een verzekerd belang heeft nu de verzekeringnemer de ex-vrouw van de bestuurder was. De rechtbank laat de vraag wie de eigenaar van de auto is en of de bestuurder een verzekerd belang heeft in het midden. Volgens de rechtbank heeft de bestuurder door zijn handelen niet meegewerkt aan het onderzoek van de verzekeraar en heeft hij het daarmee onmogelijk gemaakt de toedracht vast te stellen. Daarmee is de verzekeraar in een redelijk belang geschaad en heeft zij de dekking mogen weigeren.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 25-09-2024

Rechtspraak

PS 2025-0006

Hoger beroep. De rechtbank heeft het verzoek van een man om een voorlopig deskundigenbericht door een neurochirurg en een neuropsycholoog te bevelen afgewezen. Het hof vindt het verzoek echter wel toewijsbaar. De rechtbank heeft volgens het hof het verzoek van de man op grond van de toen bestaande situatie terecht afgewezen wegens misbruik van recht. De man heeft na de mondelinge behandeling vrijwel alle relevante en nog ontbrekende medische informatie verstrekt. Dat betekent dat er op dit moment geen sprake is van een situatie waarin het verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht prematuur is. Van misbruik van recht is dan ook geen sprake meer. Het hof benoemt een neurochirurg aan wie de IWMD-vraagstelling wordt voorgelegd en een neuropsycholoog aan wie de zogenaamde Tromp/Elemans-vraagstelling wordt voorgelegd. Het hof legt uit waarom. De verzekeraar stelt in het hoger beroep voor het eerst dat er geen dekking is op de SVI-polis en het verzoek (dus) niet ter zake dienend is. Door zonder het maken van een voorbehoud de claim in behandeling te nemen, jarenlang in behandeling te houden en door voorschotten uit te keren heeft de verzekeraar erkend dat zij op grond van de SVI gehouden is de schade te vergoeden. De verzekeraar kan volgens het hof niet terugkomen op de erkenning en verwijst daarbij naar de GBL. Het hof gaat in deze uitspraak nader in op de rechten en verplichtingen die een verzekerde wel of niet heeft bij een beroep op de SVI-verzekering.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10-12-2024

Rechtspraak

PS 2025-0002

Deelgeschil. Bestuurder van een bestelbus is in 2021 op de A16 door een personenauto met hoge snelheid van achteren aangereden. De WAM-verzekeraar van de personenauto heeft de aansprakelijkheid erkend. De WAM-verzekeraar heeft tot op heden € 25.000 aan voorschotten betaald aan de bestuurder. Partijen zijn verdeeld over de vraag of WAM-verzekeraar nog een aanvullend voorschot moet betalen en of zij de nog openstaande nota’s van zijn advocaat moet betalen. De bestuurder stelt dat het uitgekeerde voorschot ruimschoots lager is dan de schade die hij inmiddels heeft geleden. De WAM-verzekeraar vindt dat de bestuurder onvoldoende onderbouwd heeft dat hij als gevolg van het ongeval de door hem gestelde klachten sinds het ongeval heeft gehad en nog steeds heeft en dat hij daardoor niet heeft kunnen studeren of werken en dat ook nu nog niet kan. De aard van de deelgeschilprocedure brengt mee dat de deelgeschilrechter zoveel mogelijk uitdrukkelijk en zonder voorbehoud oordeelt. Dit betekent dat op basis van de stukken die nu in het dossier zitten vastgesteld moet kunnen worden dat de bestuurder een aanspraak heeft op schadevergoeding die de reeds door de WAM-verzekeraar betaalde voorschotten (in voldoende mate) overstijgt. De rechtbank oordeelt dat de medische stukken in het dossier op dit moment ontoereikend zijn om een uitspraak te doen over het causaal verband tussen het gestelde verlies aan arbeidsvermogen waardoor het aanvullende voorschot niet wordt toegekend. Wel dient de verzekeraar de openstaande nota’s van de advocaat van de bestuurder en de kosten van het deelgeschil te betalen.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 18-12-2024

Rechtspraak

PS 2025-0001

Deelgeschil. In 2019 is meneer een verkeersongeval overkomen. Een bestuurder reed met een Ford Transit met oplegger een kruispunt op zonder voorrang te verlenen aan meneer, die op dat moment als bestuurder van een bestelbus voor de andere bestuurder van rechts kwam. Hierdoor is meneer tegen de oplegger aangereden. Partijen zijn verdeeld over de omvang van de letselschade. Om daar meer duidelijkheid over te krijgen heeft een neuroloog, op gezamenlijk verzoek van partijen, een deskundigenonderzoek verricht, maar dat bracht partijen niet nader tot elkaar. Partijen willen elk beslissingen over de betekenis die aan dit rapport toegekend moet worden. De WAM-verzekeraar van de bestuurder heeft de aansprakelijkheid erkend maar stelt dat de medische expertise die op gezamenlijk verzoek is uitgevoerd niet als bindend uitgangspunt kan worden gezien. De rechtbank stelt dat het vaste rechtspraak is, dat partijen in beginsel gebonden zijn aan de inhoud van een deskundigenrapport als zij in het kader van de schadeafwikkeling gezamenlijk overeenkomen een deskundige in te schakelen en hem of haar een vraagstelling voorleggen waarover tussen hen overeenstemming bestaat. Er kan een uitzondering worden gemaakt op dit beginsel maar de enkele omstandigheid dat de deskundige zijn beoordeling naar de mening van een partij niet genoegzaam heeft toegelicht of gemotiveerd is een onvoldoende grond om het oordeel van de deskundige terzijde te kunnen stellen. Volgens de rechtbank is de motivering van de WAM-verzekeraar niet zodanig dat het rapport zijn innerlijke samenhang verliest of dat de neuroloog zichzelf tegenspreekt, waardoor partijen gebonden zijn aan het rapport. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het causaal verband tussen de klachten van meneer over zijn nek en de linkerzijde van zijn hals en het ongeval zijn bewezen. Het is voldoende aannemelijk dat het gederfde inkomen kan worden toegerekend aan het ongeval. Meneer heeft daarom recht op een voorschot op de schadevergoeding. Voor het toekennen van de overige schadeposten is nader onderzoek vereist.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 18-12-2024