Socialezekerheidsrecht. Een vrouw heeft in 2018 een vaststellingsovereenkomst gesloten met de schadeverzekeraar van de aansprakelijke partij voor het haar overkomen ongeval in 2006. De daarin opgenomen vergoeding voor ‘kosten van toekomstige verzorging’ zijn volgens appellante meerkosten in aanvulling op de zorg vanuit de zorgwetten. Het college heeft de aanvraag van een maatwerkvoorziening afgewezen. Dit besluit is in bezwaar gehandhaafd en de rechtbank heeft het beroep daartegen ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat een met de schadeverzekeraar gesloten vaststellingsovereenkomst niet in de weg staat aan verstrekking van de gevraagde maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015, omdat dit binnen de keuzevrijheid valt. De cliënt kan de benodigde maatwerkvoorzieningen aanvragen bij het college, maar kan zich voor vergoeding van de kosten daarvan ook tot de (verzekeraar van de) schadeveroorzaker wenden. Het is dus aan de cliënt om te beoordelen wat voor hem het beste is. Als de cliënt zich voor de kosten van de benodigde maatwerkvoorzieningen tot de (verzekeraar van de) schadeveroorzaker wendt, mag deze de cliënt in beginsel niet doorverwijzen naar de gemeente. Andersom geldt hetzelfde: als de cliënt zich tot het college wendt, kan het college de benodigde maatwerkvoorzieningen in beginsel niet weigeren en de cliënt doorsturen naar de (verzekeraar van de) schadeveroorzaker. Wel kan het college bij verstrekking van deze maatwerkvoorzieningen regres nemen op de (schadeverzekeraar van de) veroorzaker. De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit.
Centrale Raad van Beroep, 12-12-2024