De verdachte wordt veroordeeld wegens het veroorzaken van een dodelijk ongeval, waarbij te hard en onder invloed is gereden. De vordering van de moeder van het slachtoffer, die ziet op shockschade, wordt door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard nu voor het toewijzen van de vordering de wettelijke grondslag ontbreekt. De rechtbank gaat er echter van uit dat de verdachte de toezegging van de raadsman ter terechtzitting gestand doet en het geclaimde bedrag vergoedt aan de benadeelde partij.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 26-07-2016