Strafrecht. Moord op Saba op een brandweerman. De nabestaanden van het overleden slachtoffer vorderen schadevergoeding. Op de zitting heeft de advocaat van de familie de vordering tot schadevergoeding toegelicht, en aangevoerd dat de nabestaanden van het slachtoffer door het verlies immateriële schade hebben geleden. Voor het Gerecht staat buiten twijfel dat de moord op het slachtoffer de nabestaanden veel leed heeft berokkend. Het gewelddadige overlijden van een familielid brengt een diep verdriet en een groot gemis met zich mee. De vordering van de familie van het slachtoffer stuit echter op twee formeel strafrechtelijke bezwaren. Ten eerste is de vordering namens de familie als geheel ingediend. De wet biedt echter geen grondslag voor een dergelijke collectieve vordering. Ten tweede ziet de vordering feitelijk op vergoeding van affectieschade. Affectieschade is kort gezegd immateriële schade die bestaat uit het verdriet dat wordt veroorzaakt door het overlijden van een naaste als gevolg van een gebeurtenis waarvoor iemand anders aansprakelijk is. Juist in verband met situaties als deze is in Europees Nederland de mogelijkheid ingevoerd om affectieschade te vorderen. Die mogelijkheid bestaat op de BES echter (nog) niet. Waarom deze ongelijkheid tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland bestaat, is het Gerecht niet duidelijk, en is in de ogen van het Gerecht ook onwenselijk. Het Gerecht is bekend met de omstandigheid dat de wetgever bezig is ook op de BES toekenning van affectieschade mogelijk te maken, en het Gerecht hoopt dat de wetgever hiermee haast maakt. Maar het gaat de rechtsvormende taak van het Gerecht te buiten om in deze zaak, zonder wettelijke basis, affectieschade toe te kennen. Hoe zuur dit voor de nabestaanden ook is. Het Gerecht zal daarom de familie niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. Ook de partner van het slachtoffer, die aanwezig is geweest bij de moord op haar partner, kan geen affectieschade worden toegekend, op dezelfde grond als hiervoor overwogen. Wel krijgt zij USD 5.000 toegekend omdat de verdachte van een korte afstand op haar heeft geschoten, hetgeen naar zijn aard een zodanig ernstige normschending betreft dat een aantasting in de persoon zonder meer kan worden aangenomen zonder dat hoeft vastgesteld te worden welke concrete gevolgen zij daarvan heeft ondervonden.
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 25-06-2026