Naar boven ↑
7.504 resultaten

Rechtspraak

PS 2024-0255

Geen letsel. Aanrijding tussen een 11-jarige bestuurder van een elektrische fiets en een automobilist van een bestelwagen. De automobilist stelt dat de ouders van de minderjarige aansprakelijk zijn voor de schade. Voor de vraag of de schade ten gevolge van het verkeersgedrag van de minderjarige dient te worden vergoed aan de automobilist is van belang of de elektrische fiets is aan te merken als een motorrijtuig. De minderjarige heeft volgens de kantonrechter een ernstige verkeersfout gemaakt door zonder snelheid te minderen over te steken op het moment dat de bestelbus de kruising al zeer dicht was genaderd. Deze fout levert echter geen opzet of aan opzet grenzende bewuste roekeloosheid op. Het beroep op overmacht slaagt niet. Een causaliteitsverdeling van 20% voor de automobilist en 80% voor de minderjarige komt de kantonrechter daarom passend voor. De kantonrechter ziet echter aanleiding voor een billijkheidscorrectie: de minderjarige was nog maar 11 jaar oud en een zekere mate van impulsiviteit en onberekenbaarheid is inherent aan het (verkeers)gedrag van kinderen van deze leeftijd. Met toepassing van de billijkheidscorrectie ziet de kantonrechter grond om de schadevergoedingsplicht van de ouders te beperken tot 50%. Voor een verdere billijkheidscorrectie bestaat naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding. Bij dat oordeel betrekt de kantonrechter dat de minderjarige op een elektrische fiets reed. Die fiets kon in ieder geval 25 kilometer per uur rijden. De minderjarige is nog heel jong en op het moment van de aanrijding reed er niemand naast hem. Dat zijn ouders in dit geval de helft van de schade moeten dragen is billijk nu zij het immers zijn die de elektrische fiets voor de minderjarige hebben gekocht en hem hebben toegestaan daarop zonder effectief toezicht aan het verkeer deel te laten nemen terwijl zij wisten of moesten begrijpen dat het gebruik van een elektrische fiets door een kind van 11 jaar aanzienlijke risico’s op verkeersongevallen met zich zou brengen.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26-04-2024