Gesteld wordt dat Staat aansprakelijk is op grond van onrechtmatige rapportage door Raad voor de Kinderbescherming en deskundigen. Aansprakelijkheid afgewezen. Voor zover eiseres stelt dat zij en de minderjarige ten gevolge van het oorspronkelijke rapport immateriële schade hebben geleden, geldt dat de Staat dit heeft betwist en dat hiervan niet kan worden uitgegaan. Het oorspronkelijke rapport, met de gewraakte zinsnede, was immers louter bestemd ter voorlichting van het hof.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 18-04-2018