In 2021 heeft een opdrachtnemer in opdracht van een opdrachtgever werkzaamheden verricht, bestaande uit het aanbrengen van afdekfolie op de vloerbedekking in de algemene ruimtes, ook ter plaatse op de begane grond bij een branddeur met een mechanische dranger. Volgens de opdrachtnemer viel de deur dicht toen hij bezig was met afplakken, waardoor er ernstig letsel is ontstaan aan de rechterhand van de opdrachtnemer. In het ziekenhuis is de vinger ingekort. Tussen de opdrachtnemer en de opdrachtgever staat vast dat de opdrachtnemer letsel heeft opgelopen aan zijn rechter middelvinger. Partijen zijn het er niet over eens wanneer dit letsel is ontstaan, hoe het is ontstaan, of de opdrachtgever aansprakelijk is voor schade als gevolg van het letsel en wat die schade dan precies is. De rechtbank overweegt dat in het midden kan blijven hoe het letsel is ontstaan. Ook indien de rechtbank uitgaat van de toedracht zoals die door de opdrachtgever wordt gesteld, dan kan dit niet leiden tot toewijzing van zijn vordering. De vordering strandt namelijk aangezien de opdrachtnemer onvoldoende gemotiveerd heeft gesteld en onderbouwd wat van de deurdranger in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht en waarom de situatie ten tijde van het ongeval daarvan afweek (de gegeven informatie ziet op automatische/elektrische deurdrangers terwijl het in dit geval gaat om een mechanische deurdranger). Hierdoor kan niet geoordeeld worden dat sprake is van een gebrek als bedoeld in artikel 6:174 BW. De opdrachtgever is niet aansprakelijk.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 04-06-2025