Naar boven ↑
8.631 resultaten

Rechtspraak

PS 2019-0039

Wrongful birth. Eisers zijn echtelieden. Na een mislukte sterilisatie van de man hebben zij een vierde kind gekregen. Zij vorderen vergoeding van de schade die zij hebben geleden als gevolg van de mislukte sterilisatie, resulterend in de geboorte van het kind. Eisers vorderen in dit incident dat de rechtbank CWZ en Centramed op de voet van artikel 223 Rv zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 175.000 als voorschot op de schadevergoeding. De rechtbank oordeelt als volgt. Een provisionele eis kan in de procesinleiding maar ook in de loop van het geding worden ingesteld, zo volgt uit artikel 223 Rv. De door eisers gestelde financiële stress is voldoende aannemelijk en dringend om een inhoudelijke behandeling van hun provisionele eis te rechtvaardigen. De rechtbank acht voor kosten voor opvoeding en verzorging van het kind € 21.000 als voorschot toewijsbaar. Toewijzing van een voorschot voor verlies aan arbeidsvermogen en de gestelde weggevallen zelfwerkzaamheid is niet aan de orde. Aan smartengeld is een voorschot van € 10.000 toewijsbaar. Dit bedrag bestaat ten eerste uit tweemaal € 4.000 voor de inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht van eisers. Daarnaast is de vrouw ongewild geconfronteerd met een vierde zwangerschap en bevalling en de ingrijpende lichamelijke gevolgen daarvan. Deze inbreuk op haar lichamelijke integriteit dient als het oplopen van lichamelijk letsel te worden gekwalificeerd. De rechtbank acht een vergoeding van € 2.000 op zijn plaats.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 23-11-2018

Rechtspraak

PS 2019-0053

Driepartijenovereenkomst ‘beroepspraktijkvorming’ tussen school, leerling en bedrijf betreffende een stage van leerling van ROC Amsterdam (ROC) op vliegveld van Aviapartner. De student raakt betrokken bij een bedrijfsongeval. Bij het ontkoppelen van een vliegtuigtrap is de student met zijn onderbenen bekneld geraakt tussen de koppelstang en het onderstel van de vliegtuigtrap. Hierdoor is een gecompliceerde fractuur aan zijn linkerbeen ontstaan, waaraan de student meerdere keren is geopereerd. Er is blijvend letsel. Aviapartner is aansprakelijk gehouden voor de schade van de leerling en wenst zich op grond van de driepartijenovereenkomst te verhalen op ROC. De eerste rechter wees de desbetreffende vordering van Aviapartner tegen ROC toe. De overeenkomst wordt uitgelegd aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Het hof oordeelt dat de overeenkomst zo moet worden uitgelegd dat ROC ermee heeft ingestemd dat Aviapartner niet aansprakelijk is voor schade die de student in verband met zijn stage bij Aviapartner lijdt. Voorts zijn partijen overeengekomen dat ROC een aanvullende verzekering afsluit tegen het financiële risico van ongevallen tijdens werkuren. Dat financiële risico kan naar zijn aard zowel de student als Aviapartner treffen en partijen moeten zich daarvan bewust geweest zijn. Tegen deze achtergrond brengt de overeenkomst mee dat ROC gehouden is de schade te dragen die Aviapartner lijdt als gevolg van haar aansprakelijkheid voor letsel en de daaruit voortvloeiende schade van de student in verband met zijn stage bij Aviapartner.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 27-02-2018