De vrouw heeft voor de eerste keer bloed gedoneerd op de afnamelocatie van Sanquin. Zij is na afloop naar het donorcafé gegaan samen met een vrijwilligster. De vrouw is flauwgevallen op enig moment nadat zij is gaan zitten in het café. Zij is vervolgens met stoel en al omgevallen. Hierbij heeft zij een incomplete dwarslaesie opgelopen. Aan het verzoek heeft de vrouw – samengevat – ten grondslag gelegd dat Sanquin niet heeft voldaan aan haar zorgplicht, namelijk de plicht om het risico voor donoren zo klein mogelijk te maken. Volgens Sanquin c.s. is sprake geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat van Sanquin mag worden verwacht dat zij voldoende toezicht houdt op de donoren nadat de donatie heeft plaatsgevonden en dat zij voldoende maatregelen neemt om ongevallen te voorkomen, ondanks het feit dat het flauwvallen in de donorruimte minder vaak voorkomt dan direct na de donatie en de gevolgen van het flauwvallen over het algemeen niet zo ernstig zijn als in deze zaak. Partijen zijn het erover eens dat de vrijwilligster de taak heeft om ‘op te letten’, maar het is de vraag of dat in voldoende mate is gedaan. Beoordeeld moet worden of Sanquin meer had kunnen en moeten doen dan ze nu gedaan heeft, zodat het ongeval dat heeft plaatsgevonden mogelijk voorkomen had kunnen worden. De rechtbank komt tot het oordeel dat Sanquin tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht jegens de vrouw. Zij is aansprakelijk op grond van artikel 6:74 BW, omdat geen sprake is van een behandelrelatie.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 07-07-2026