Deelgeschil. In 2023 is een vrouw op een bakfiets betrokken geraakt bij een eenzijdig ongeval. Zij is ten val gekomen, waarbij zij onder meer letsel aan haar hoofd heeft opgelopen. De vrouw stelt dat zij ten val is gekomen doordat de remmen niet meer functioneerden, waardoor er sprake zou zijn van een gebrekkig product. Zij heeft verschillende partijen aangesproken, waaronder de verkoper, het bedrijf dat de bakfiets in het verkeer heeft gebracht en het bedrijf dat haar naam aan de fiets verbonden heeft. Deze partijen voeren afzonderlijk verweer. De rechtbank overweegt dat uit de stukken niet blijkt hoe de vrouw precies ten val is gekomen en op welke plek. De conclusie is dan ook dat bij deze stand van zaken te veel onduidelijkheden bestaan die wel van belang zijn voor de beoordeling van de toedracht van het ongeval. Dat betekent dat in dit deelgeschil de toedracht niet kan worden vastgesteld. Daar komt bij dat er weliswaar aanwijzingen zijn dat er sprake is geweest van het niet of verminderd functioneren van de remkabels, maar dat in deze procedure niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat de remwerking zodanig was verminderd dat de vrouw in het geheel niet meer kon remmen. Uit het voorgaande volgt dat zonder nadere instructie niet op het verzoek kan worden beslist. De met een dergelijke instructie gepaard gaande tijd en moeite, hoogstwaarschijnlijk in de vorm van getuigenverhoren en mogelijk deskundigenonderzoeken, staan naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de kans dat een vaststellingsovereenkomst tot stand zal komen.
Rechtbank Gelderland, 03-04-2026