Naar boven ↑
9.017 resultaten

Rechtspraak

PS 2026-0314

De vrouw heeft voor de eerste keer bloed gedoneerd op de afnamelocatie van Sanquin. Zij is na afloop naar het donorcafé gegaan samen met een vrijwilligster. De vrouw is flauwgevallen op enig moment nadat zij is gaan zitten in het café. Zij is vervolgens met stoel en al omgevallen. Hierbij heeft zij een incomplete dwarslaesie opgelopen. Aan het verzoek heeft de vrouw – samengevat – ten grondslag gelegd dat Sanquin niet heeft voldaan aan haar zorgplicht, namelijk de plicht om het risico voor donoren zo klein mogelijk te maken. Volgens Sanquin c.s. is sprake geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat van Sanquin mag worden verwacht dat zij voldoende toezicht houdt op de donoren nadat de donatie heeft plaatsgevonden en dat zij voldoende maatregelen neemt om ongevallen te voorkomen, ondanks het feit dat het flauwvallen in de donorruimte minder vaak voorkomt dan direct na de donatie en de gevolgen van het flauwvallen over het algemeen niet zo ernstig zijn als in deze zaak. Partijen zijn het erover eens dat de vrijwilligster de taak heeft om ‘op te letten’, maar het is de vraag of dat in voldoende mate is gedaan. Beoordeeld moet worden of Sanquin meer had kunnen en moeten doen dan ze nu gedaan heeft, zodat het ongeval dat heeft plaatsgevonden mogelijk voorkomen had kunnen worden. De rechtbank komt tot het oordeel dat Sanquin tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht jegens de vrouw. Zij is aansprakelijk op grond van artikel 6:74 BW, omdat geen sprake is van een behandelrelatie.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 07-07-2026

Rechtspraak

PS 2026-0314

De vrouw heeft voor de eerste keer bloed gedoneerd op de afnamelocatie van Sanquin. Zij is na afloop naar het donorcafé gegaan samen met een vrijwilligster. De vrouw is flauwgevallen op enig moment nadat zij is gaan zitten in het café. Zij is vervolgens met stoel en al omgevallen. Hierbij heeft zij een incomplete dwarslaesie opgelopen. Aan het verzoek heeft de vrouw – samengevat – ten grondslag gelegd dat Sanquin niet heeft voldaan aan haar zorgplicht, namelijk de plicht om het risico voor donoren zo klein mogelijk te maken. Volgens Sanquin c.s. is sprake geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat van Sanquin mag worden verwacht dat zij voldoende toezicht houdt op de donoren nadat de donatie heeft plaatsgevonden en dat zij voldoende maatregelen neemt om ongevallen te voorkomen, ondanks het feit dat het flauwvallen in de donorruimte minder vaak voorkomt dan direct na de donatie en de gevolgen van het flauwvallen over het algemeen niet zo ernstig zijn als in deze zaak. Partijen zijn het erover eens dat de vrijwilligster de taak heeft om ‘op te letten’, maar het is de vraag of dat in voldoende mate is gedaan. Beoordeeld moet worden of Sanquin meer had kunnen en moeten doen dan ze nu gedaan heeft, zodat het ongeval dat heeft plaatsgevonden mogelijk voorkomen had kunnen worden. De rechtbank komt tot het oordeel dat Sanquin tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht jegens de vrouw. Zij is aansprakelijk op grond van artikel 6:74 BW, omdat geen sprake is van een behandelrelatie.
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 07-07-2026

Rechtspraak

PS 2026-0312

De patiënt heeft bij de huisarts schildkliermedicatie gekregen. De patiënt en haar partner verwijten de huisarts dat hij ten onrechte deze medicatie heeft voorgeschreven en onvoldoende heeft onderzocht waar de klachten vandaag kwamen. Daarnaast stellen de eisers dat er geen sprake is geweest van informed consent. Tot slot heeft de huisarts volgens de eisers ten onrechte geen contact met de patiënt opgenomen na haar suïcidepoging. Omtrent het eerste verwijt oordeelt de rechtbank dat er bij het voorschrijven van de schildkliermedicatie volgens de geldende NHG-Standaard Schildklieraandoeningen niet geïndiceerd was. Dit enkele feit – het afwijken van de NHG-Standaard – maakt niet al dat er sprake is van het schenden van de zorgplicht door de huisarts. De NHG-Standaard geeft de huisarts een richtlijn, maar heeft niet de status van een dwingend voorschrift. De huisarts kan goede redenen hebben om anders te handelen dan de NHG-Standaard tot uitgangspunt neemt. Daar is in deze situatie naar het oordeel van de rechtbank sprake van. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de huisarts het verwijt dat er niet is voldaan aan de informed consent voldoende gemotiveerd heeft weersproken. Ook het laatste verwijt leidt naar het oordeel van de rechtbank niet tot een schending van de zorgplicht die de huisarts in acht moest nemen. De conclusie luidt dat geen van de verwijten die de eisers de huisarts maken leidt tot het oordeel dat de huisarts haar zorgplicht heeft geschonden. Dat betekent dat de gevorderde verklaring voor recht dat de huisarts aansprakelijk is wordt afgewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 17-06-2026

Rechtspraak

PS 2026-0312

De patiënt heeft bij de huisarts schildkliermedicatie gekregen. De patiënt en haar partner verwijten de huisarts dat hij ten onrechte deze medicatie heeft voorgeschreven en onvoldoende heeft onderzocht waar de klachten vandaag kwamen. Daarnaast stellen de eisers dat er geen sprake is geweest van informed consent. Tot slot heeft de huisarts volgens de eisers ten onrechte geen contact met de patiënt opgenomen na haar suïcidepoging. Omtrent het eerste verwijt oordeelt de rechtbank dat er bij het voorschrijven van de schildkliermedicatie volgens de geldende NHG-Standaard Schildklieraandoeningen niet geïndiceerd was. Dit enkele feit – het afwijken van de NHG-Standaard – maakt niet al dat er sprake is van het schenden van de zorgplicht door de huisarts. De NHG-Standaard geeft de huisarts een richtlijn, maar heeft niet de status van een dwingend voorschrift. De huisarts kan goede redenen hebben om anders te handelen dan de NHG-Standaard tot uitgangspunt neemt. Daar is in deze situatie naar het oordeel van de rechtbank sprake van. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de huisarts het verwijt dat er niet is voldaan aan de informed consent voldoende gemotiveerd heeft weersproken. Ook het laatste verwijt leidt naar het oordeel van de rechtbank niet tot een schending van de zorgplicht die de huisarts in acht moest nemen. De conclusie luidt dat geen van de verwijten die de eisers de huisarts maken leidt tot het oordeel dat de huisarts haar zorgplicht heeft geschonden. Dat betekent dat de gevorderde verklaring voor recht dat de huisarts aansprakelijk is wordt afgewezen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 17-06-2026