Appellant is strafrechtelijk vervolgd wegens overtreding van de Opiumwet. In eerste instantie is hij veroordeeld, maar in hoger beroep is hij vrijgesproken. Appellant vordert een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem en schadevergoeding nader op te maken bij staat. Het hof is van oordeel dat appellant niet ten onrechte is vervolgd. De stelling dat een redelijk vermoeden van schuld ontbrak is onvoldoende onderbouwd en uit het strafvorderlijk onderzoek blijkt niet dat appellant onschuldig was aan hetgeen waarvan hij werd verdacht.
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 11-11-2004