Appellant vordert een immateriële schadevergoeding van € 10.000 wegens onrechtmatige uitlatingen in een radioprogramma. Het hof acht een vergoeding van € 2.000 billijk, omdat de uitlatingen hebben geleid tot een beperkte aantasting van de eer en goede naam van appellant, namelijk alleen in de kring van de personen die hem zo goed kennen dat ze hem uit de beschrijving die in de uitzending van het radioprogramma is gegeven kunnen herkennen.
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 16-07-2019