Verwijzing na cassatie door de Hoge Raad. De bestuurder heeft in 2014 onder invloed van alcohol met de auto van zijn ouders een ongeval veroorzaakt waardoor de inzittende van de auto schade heeft geleden. De verzekeraar wil het bedrag dat zij als schadevergoeding heeft uitgekeerd aan de inzittende van de auto verhalen op de bestuurder. De verzekeraar kan de schadevergoeding op de bestuurder verhalen als hij niet te goeder trouw mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt. De vraag is of dat het geval is. Het hof Den Haag is na verwijzing van oordeel dat de bestuurder gelet op de volgende feiten en omstandigheden goede reden had om te twijfelen over de vraag of zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt. Bestuurder heeft de auto zonder toestemming van zijn ouders gebruikt. Hij is schuldig aan het veroorzaken van een ongeval met letsel, terwijl hij onder invloed was van te veel alcohol. Het was niet de eerste keer dat de bestuurder voor het rijden onder invloed is bestraft. Hij besefte dat hij in de staat waarin hij verkeerde niet in de auto mocht rijden, dat dit onverstandig was, niet was toegestaan en (mogelijk) strafbaar was. Ook geeft het hof aan dat verzekeraars steeds vaker uitsluitingsclausules in geval van alcoholgebruik opnemen in verzekeringsvoorwaarden. Gelet op de overwegingen van de Hoge Raad mocht de bestuurder niet te goeder trouw aannemen dat zijn aansprakelijkheid door een verzekering was gedekt. Dat leidt tot het oordeel dat de verzekeraar de schadevergoeding die zij aan de inzittende heeft betaald op grond van artikel 15 lid 1 WAM in beginsel op de bestuurder kan verhalen. Wel komt de daarbij opgetreden letselschade gedeeltelijk voor eigen rekening van de inzittende, gelet op de aan hem toe rekenen omstandigheid dat hij uit eigen beweging is meegereden met de bestuurder terwijl hij, mede gelet op de waarschuwingen die hij van derden had gekregen, wist of had moeten beseffen dat de bestuurder – zwaar – onder invloed van alcohol was en dat het gevaarlijk was dat hij in die staat een auto ging besturen. Het hof acht een percentage van 35%, met inbegrip van een billijkheidscorrectie vanwege de ernst van het letsel, reëel.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 03-02-2026