Een werkneemster van Uber heeft door de hoge werkdruk een miskraam, ernstige nek-schouderklachten en een burn-out gekregen en is nog steeds arbeidsongeschikt. Ze vordert immateriële schade welke bestaat uit het missen van arbeids- en levensvreugde en het ontwikkelen van een angststoornis. De kantonrechter oordeelt dat werkneemster, gelet op haar positie als Executive Assistent, haar werk zelf beter had moeten indelen en overwerk had moeten voorkomen. De werkgever (Uber) is niet aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW of artikel 7:611 BW.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 24-01-2020