In 2020 heeft een verkeersongeval tussen twee personenauto’s plaatsgevonden. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de door een van de partijen gestelde gezondheidsklachten in (juridisch) causaal verband staan met het ongeval. De verzekeraar van de tegenpartij betwist dat dit het geval is, omdat de vrouw volgens haar voor het ongeval ook al kampte met vergelijkbare klachten. De vrouw heeft een bodemprocedure gestart. Tijdens de mondelinge behandeling zijn partijen het erover eens geworden dat er een onafhankelijke expertise door een neuroloog moet plaatsvinden. De verzekeraar vordert in deze procedure dat de vrouw medische informatie overlegd op grond van artikel 843a (oud) Rv. Volgens de verzekeraar acht haar medisch adviseur het noodzakelijk dat de gevorderde medische stukken worden verstrekt. Met het oog op de te verrichten neurologische expertise is het namelijk van belang dat het medisch dossier, inclusief de meest actuele medische informatie, gecompleteerd wordt. Omdat de vrouw weigert de gevraagde medische informatie te delen, stelt de verzekeraar recht en belang te hebben bij toewijzing van haar vordering. De kantonrechter heeft zich bij een eerder vonnis onbevoegd verklaard om van de vordering kennis te nemen en de zaak verwezen naar de sectie handel van de rechtbank. De vrouw heeft verzuimd om advocaat te stellen. Ook op de tweede rolzitting heeft de vrouw geen advocaat gesteld. De zaak zal inhoudelijk (op tegenspraak) worden beoordeeld nu de vrouw al wel haar antwoordakte in deze procedure heeft genomen voor verwijzing. Nu de vrouw na de verwijzing niet meer vertegenwoordigd door een advocaat is verschenen, heeft zij de kans laten lopen om bij de rechtbank de gemotiveerde stellingen uit de akte van de verzekeraar te weerspreken. De rechtbank zal daarom de gemotiveerde stellingen uit de akte van de verzekeraar (om die formele redenen) voor juist houden. De rechtbank neemt, bij gebreke aan betwisting, in rechte aan dat aan de vereisten van artikel 843a (oud) Rv is voldaan voor wat betreft de door de verzekeraar in haar akte genoemde bescheiden. Daarbij merkt de rechtbank volledigheidshalve nog wel op dat, voor zover Achmea beoogt medische informatie van eventueel verder betrokken geraakte specialisten en/of paramedici te ontvangen, sprake is van een ‘fishing expedition’, waarvoor artikel 843a (oud) Rv geen ruimte biedt. De vordering tot afgifte van afschriften van het huisartsenjournaal en een brief over het poliklinisch bezoek wordt toegewezen.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 03-09-2025