Deelgeschil. In 2013 is een toen 17-jarige jongen op zijn e-bike betrokken geraakt bij een verkeersongeval op een oversteekplaats voor fietsers en voetgangers. Hij heeft hierbij een hersenkneuzing opgelopen, waarvoor hij een behandeltraject heeft gevolgd bij een revalidatiecentrum voor niet-aangeboren hersenletsel. De WAM-verzekeraar heeft in 2015 50% van de aansprakelijkheid erkend. Hoewel partijen dit lange tijd hebben geprobeerd, zij zijn niet tot overeenstemming gekomen. Volgens de verzoeker is het erkende percentage te laag. Volgens hem is de WAM-verzekeraar volledig aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval. De WAM-verzekeraar voert aan dat de jongen destijds een verkeersfout heeft gemaakt door met zijn e-bike het kruispunt over te steken, terwijl het voor hem bestemde verkeerslicht op rood stond. De rechtbank is op basis van de stukken, waaronder het proces-verbaal van de politie, het faselog en de beschikbare getuigenverklaringen, van oordeel dat in dit geval inderdaad sprake is geweest van een verkeersfout van de verzoeker. De rechtbank gaat ervan uit dat hij ofwel de bestelauto over het hoofd heeft gezien (en deze door zijn koptelefoon mogelijk ook niet heeft horen aankomen), ofwel een inschattingsfout heeft gemaakt door te denken dat hij nog voldoende tijd en ruimte had om nog vóór de bestelauto over te steken. Hoe dan ook heeft zijn verkeersgedrag substantieel bijgedragen aan het gevaar voor het ontstaan van het ongeval. Als hij goed had uitgekeken en/of was gestopt voor het rode licht, zou hij niet op dat moment zijn overgestoken en zou het ongeval niet plaats hebben gehad. Het ongeval is in overwegende mate veroorzaakt door de verzoeker zelf. Dit betekent dat de toepassing van de causaliteitsmaatstaf geen aanleiding geeft voor toekenning van een hogere schadevergoeding dan de 50% die volgt uit de 50%-regel. Het verzoek op een billijkheidscorrectie slaagt niet. Hierbij weegt de rechtbank mee dat, nu in de uitkomst van de causale verdeling de causale bijdrage van de autobestuurder aan het ontstaan van het ongeval substantieel lager lag dan 50%, de schadevergoedingsverplichting van de WAM-verzekeraar al is verhoogd op grond van de 50%-regel. De rechtbank overweegt dat de gevolgen van het ongeval voor de verzoeker zeer ernstig zijn en dat hij daarmee dagelijks wordt geconfronteerd. Uit de stukken en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat hij met grote inzet probeert om zich een weg te vinden binnen de nieuw ontstane kaders. Dat siert hem en roept respect op. De toedracht van het ongeval en de daarop toe te passen rechtsregels maken echter dat er geen aanleiding bestaat om te bepalen dat de WAM-verzekeraar meer dan de helft van de schade moet dragen. De verzochte verklaringen voor recht worden afgewezen.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 11-03-2026