Een werknemer stelt dat hij ischias heeft gekregen ten gevolge van de uitoefening van zijn werkzaamheden, meer in het bijzonder door het tillen van een serveerkar. De man heeft na het vermeende tilincident nog twee weken doorgewerkt, voordat hij zich wegens rugklachten heeft ziekgemeld bij zijn leidinggevende. De werkgever herkent de door de werknemer geschetste toedracht niet. De kantonrechter stelt allereerst voorop dat het rapport van het toedrachtonderzoek, ondanks dat de werknemer niet betrokken is geweest bij de opstelling daarvan, bruikbaar is in deze procedure. Het had op de weg van de werknemer gelegen om deugdelijk te stellen op welke punten het rapport niet zou stroken met de werkelijkheid. Dit heeft hij nagelaten. Wat betreft het tilincident stelt de kantonrechter vast dat dit door niemand is waargenomen. Onduidelijk blijft bovendien wanneer, waar en op welke wijze het incident zou hebben plaatsgevonden. Al met al kan de kantonrechter dan ook niet anders dan vaststellen dat de werknemer er niet in is geslaagd om te onderbouwen dát of op welke wijze zich een ongeval heeft voorgedaan, waaruit hij schade zou leiden. De kantonrechter is met de werkgever van oordeel dat op geen enkele wijze is komen vast te staan, laat staan aannemelijk gemaakt, dat de werknemer zijn ischias heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij de werkgever.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 04-03-2026