Naar boven ↑
8.701 resultaten

Rechtspraak

PS 2025-0620

In 2021 heeft een ongeluk plaatsgevonden. Een vrouw fietste langs een auto waarvan plotseling het portier werd opengeslagen. Zij klapte daardoor tegen de openslaande portier van de auto, kwam met haar elleboog tegen de scharnieren van de achterkant van een geparkeerd busje en viel daarna op de grond. De vrouw is als gevolg van het ongeval gewond geraakt aan haar elleboog. De WAM-verzekeraar heeft aansprakelijkheid erkend voor de gevolgen van het ongeval. Partijen hebben gezamenlijke een orthopedisch chirurg gevraagd de orthopedische gevolgen van het ongeval in kaart te brengen. Het rapport, daterend uit 2024, stelt het percentage van blijvende invaliditeit op orthopedisch vakgebied als gevolg van het ongeval op 2%. In januari 2025 heeft de WAM-verzekeraar de schade eenzijdig afgewikkeld. In totaal is er € 37.752,69 aan schade vergoed. De vrouw verzoekt nu de rechtbank om onder ander een revalidatiearts te benoemen. Zij stelt dat zij als gevolg van het ongeval nog steeds klachten ervaart en daardoor ook beperkingen. De rechtbank is van oordeel dat de vrouw ten aanzien van door haar gestelde klachten aan haar bovenarm (nog) niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een causaal verband tussen de klachten en het ongeval. Daarvoor is niet enkel voldoende dat er sprake is van een blanco medische voorgeschiedenis. De vrouw heeft onvoldoende onderbouwd waarom een revalidatiearts de gestelde klachten aan haar bovenarm wel kan duiden of daar een beperking aan kan koppelen. Daar komt bij dat de vrouw voor de door haar genoemde klachten niet (meer) onder behandeling is van een arts. Los van de vraag of de zogenoemde whiplash-rechtspraak van toepassing is op deze situatie, geldt dan ook dat de klachten niet worden ondersteund door (recente) medische informatie van de behandeld artsen. Het verzoek wordt afgewezen.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 26-11-2025

Rechtspraak

PS 2025-0618

Hoger beroep. Een aangesproken verzekeraar heeft niet binnen de vervaltermijnen van de facturen van het door het slachtoffer ingeschakelde letselschadekantoor gemotiveerd geprotesteerd tegen de gevorderde kosten van rechtsbijstand. Het hof oordeelt dat de verzekeraar niet het recht heeft verloren om een beroep te doen op de vermeende onredelijkheid van die kosten. Er is geen sprake van een schending van de klachtplicht (deze geldt niet in de verhouding), geen rechtsverwerking of strijd met de redelijkheid en billijkheid. De gemaakte kosten van de rechtsbijstand zijn naar hun omvang niet redelijk gelet op de gehanteerde uurtarieven (€ 220 of € 230) van de letselschadebehandelaar. Bij het vaststellen van een redelijk uurtarief kijkt het hof naar de achtergrond van de belangenbehartiger. De belangenbehartiger is weliswaar academisch geschoold in het aansprakelijkheidsrecht en heeft ruime ervaring in het personenschaderecht, maar hij is geen advocaat en (dus) geen lid van de Vereniging voor Letselschade Advocaten (LSA). Bovendien was de belangenbehartiger in de betreffende periode nog niet geregistreerd als NIVRE-expert. Daar komt bij dat het letselschadekantoor in die periode (nog) geen keurmerkhouder was van het Nationaal Keurmerk Letselschade (NKL) en (dus) ook geen lid van de Nederlandse Letselschade Experts (NLE). Dit brengt mee dat de binnen de advocatuur, het NIVRE, het NKL en/of de NLE gehanteerde kwaliteits-, ervarings- en opleidingseisen en beroeps- en gedragsregels in deze periode niet van toepassing waren voor het letselschadekantoor en de aldaar werkzame belangenbehartiger. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat een uurtarief van € 150 een redelijk tarief is voor de juridische werkzaamheden die de belangenbehartiger heeft verricht.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-10-2025

Rechtspraak

PS 2025-0617

Een vrouw heeft in 2025 een permanente make-upbehandeling laten uitvoeren, bestaande uit het tatoeëren van de wenkbrauwen. De vrouw heeft enkele dagen later weten dat zij niet tevreden was over het resultaat van de behandeling. Het bedrijf heeft de vrouw removerbehandelingen aangeboden. De vrouw heeft een removerbehandeling gehad. De vrouw vordert nu dat het bedrijf wordt veroordeeld om aan haar een bedrag van € 1.075,90 te betalen. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het bedrijf in dit geval niet tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Partijen zijn het erover eens dat het resultaat na de eerste behandeling niet naar wens was. Het feit dat meerdere removerbehandelingen nodig zouden zijn betekent niet dat het bedrijf is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst of dat zij geen deugdelijk ‘herstel’ heeft aangeboden. De vrouw had het bedrijf de gelegenheid moeten geven om de removerbehandeling af te ronden. De vrouw heeft gesteld dat het bedrijf een litteken zou hebben veroorzaakt met de removerbehandeling. Het bedrijf heeft echter voldoende gemotiveerd dat er door de removerbehandeling korstjes ontstaan. Feit van algemene bekendheid is dat de huid na de vorming en het loslaten van een korstje nog niet direct volledig is hersteld. Gelet op de korte tijd tussen de laatste behandeling en de foto’s die de vrouw heeft overgelegd in deze procedure kan dan ook nog niet worden geconcludeerd dat de removerbehandeling een litteken heeft veroorzaakt. Mocht het bedrijf dus tijdens de eerste behandeling al zijn tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst, dan geldt dat zij deugdelijke herstelbehandelingen heeft aangeboden en dat de vrouw het bedrijf niet de kans heeft gegeven tot volledig herstel over te gaan. Dat betekent dat het bedrijf niet in verzuim is geraakt.
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 28-11-2025

Rechtspraak

PS 2025-0612

Op kerstavond 2023 reed het slachtoffer nietsvermoedend naar de woning van medeverdachte voor een afspraak met haar. Bij binnenkomst in de woning bleek de verdachte (voor het slachtoffer onverwacht) aanwezig te zijn en werd duidelijk dat het slachtoffer in de val was gelokt. Het slachtoffer werd met bruut geweld om het leven gebracht door de verdachte, die minstens 24 keer met een hamer op het hoofd van het slachtoffer insloeg. De moeder van het slachtoffer heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Zij vordert onder andere € 22.500 aan affectieschade en € 10.000 aan shockschade. De moeder valt in de categorie genoemd in artikel 6:108 lid 4 sub c BW. Het voorgaande betekent dat de benadeelde partij recht heeft op vergoeding van affectieschade, de rechtbank wijst een bedrag aan € 20.000 toe. De rechtbank stelt vast dat bij de moeder een hevige emotionele schok is teweeggebracht door (de confrontatie met) het tegen haar zoon gepleegde geweld en het dodelijke gevolg daarvan. Hoewel zij de levensberoving zelf niet heeft waargenomen en het lichaam van haar overleden zoon niet heeft gezien, is zij nadien wel geconfronteerd met de aard en ernst van het toegepaste geweld en de gevolgen daarvan. Zo werd een dag na de vondst van het lichaam een foto van haar overleden zoon aan haar getoond ter identificatie en werden de gruwelijke details van het overlijden aan haar medegedeeld. Die schok heeft naar het oordeel van de rechtbank ook geleid tot geestelijk letsel. Gelet hierop kan de benadeelde partij aanspraak maken op vergoeding van schokschade. De hoogte van de geleden schokschade moet worden vastgesteld naar billijkheid met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. De rechtbank komt het gevorderde bedrag van € 10.000.
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 25-11-2025

Rechtspraak

PS 2025-0611

Verdachte heeft zich samen met twee medeverdachten schuldig gemaakt aan een gewelddadige woningoverval in de woning van het slachtoffer. Als gevolg van het geweld dat bij deze overval door de verdachten is gebruikt, is het slachtoffer komen te overlijden. Omdat de verdachten geld wilden hebben om in hun drugsverslaving te kunnen voorzien, zijn zij de woning van het slachtoffer binnengegaan. In zijn woning zijn zij vervolgens op een afschuwelijke wijze tegen hem tekeer gegaan. Zij hebben zodanig geweld tegen hem gebruikt en hem zodanig toegetakeld dat hij uiteindelijk is overleden aan zijn verwondingen. De verdachten hebben zich hiermee schuldig gemaakt aan gekwalificeerde doodslag: het doden om geld te krijgen. De partner van het slachtoffer en de moeder van het slachtoffer hebben zich gevoegd als benadeelde partij in het strafproces. De partner van het slachtoffer heeft een vordering tot vergoeding van € 35.000 aan affectieschade ingediend. De partner heeft bij zijn vordering aansluiting gezocht bij het in het Besluit vergoeding affectieschade vermelde bedrag onder categorie B: levensgezellen. Aangezien er geen sprake was van een gezamenlijk huishouden, is het hof van oordeel dat de benadeelde partij tot de kring van gerechtigden behoort in de zin van categorie G: overige nauwe persoonlijke relaties. Het hof zal dienovereenkomstig het bedrag conform het Besluit vergoeding affectieschade toewijzen, te weten een bedrag van € 17.500. Daarnaast heeft de partner shockschade gevorderd. Het hof stelt vast dat de partner direct is geconfronteerd met de ernstige gevolgen van het strafbare feit. Hij heeft zijn partner levenloos, zwaar toegetakeld en vastgebonden op de grond aangetroffen in zijn woning. Het op deze manier aantreffen van een partner waar hij nog dagelijks voor zorgde, maakt dat hij ernstig in shock is geraakt. Hij ervaart veel psychische klachten en bij hem is PTSS vastgesteld. Het hof komt dan ook tot de conclusie dat sprake is van geestelijk letsel en oordeelt dat de partner rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de bewezen verklaarde feiten, ter hoogte van het gevorderde bedrag van € 15.000. Dit bedrag zal worden toegewezen. De moeder heeft een vordering tot schadevergoeding van € 20.500 ingediend. Het hof is van oordeel dat de vordering van de moeder toewijsbaar is tot een bedrag van € 17.500 aan affectieschade. Het hof verwijst naar wat hiervoor bij de partner over de affectieschade is overwogen. Beide toegewezen vorderingen zullen hoofdelijk met de medeverdachten worden toegewezen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 25-11-2025