Verdachte heeft zich samen met twee medeverdachten schuldig gemaakt aan een gewelddadige woningoverval in de woning van het slachtoffer. Als gevolg van het geweld dat bij deze overval door de verdachten is gebruikt, is het slachtoffer komen te overlijden. Omdat de verdachten geld wilden hebben om in hun drugsverslaving te kunnen voorzien, zijn zij de woning van het slachtoffer binnengegaan. In zijn woning zijn zij vervolgens op een afschuwelijke wijze tegen hem tekeer gegaan. Zij hebben zodanig geweld tegen hem gebruikt en hem zodanig toegetakeld dat hij uiteindelijk is overleden aan zijn verwondingen. De verdachten hebben zich hiermee schuldig gemaakt aan gekwalificeerde doodslag: het doden om geld te krijgen. De partner van het slachtoffer en de moeder van het slachtoffer hebben zich gevoegd als benadeelde partij in het strafproces. De partner van het slachtoffer heeft een vordering tot vergoeding van € 35.000 aan affectieschade ingediend. De partner heeft bij zijn vordering aansluiting gezocht bij het in het Besluit vergoeding affectieschade vermelde bedrag onder categorie B: levensgezellen. Aangezien er geen sprake was van een gezamenlijk huishouden, is het hof van oordeel dat de benadeelde partij tot de kring van gerechtigden behoort in de zin van categorie G: overige nauwe persoonlijke relaties. Het hof zal dienovereenkomstig het bedrag conform het Besluit vergoeding affectieschade toewijzen, te weten een bedrag van € 17.500. Daarnaast heeft de partner shockschade gevorderd. Het hof stelt vast dat de partner direct is geconfronteerd met de ernstige gevolgen van het strafbare feit. Hij heeft zijn partner levenloos, zwaar toegetakeld en vastgebonden op de grond aangetroffen in zijn woning. Het op deze manier aantreffen van een partner waar hij nog dagelijks voor zorgde, maakt dat hij ernstig in shock is geraakt. Hij ervaart veel psychische klachten en bij hem is PTSS vastgesteld. Het hof komt dan ook tot de conclusie dat sprake is van geestelijk letsel en oordeelt dat de partner rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de bewezen verklaarde feiten, ter hoogte van het gevorderde bedrag van € 15.000. Dit bedrag zal worden toegewezen. De moeder heeft een vordering tot schadevergoeding van € 20.500 ingediend. Het hof is van oordeel dat de vordering van de moeder toewijsbaar is tot een bedrag van € 17.500 aan affectieschade. Het hof verwijst naar wat hiervoor bij de partner over de affectieschade is overwogen. Beide toegewezen vorderingen zullen hoofdelijk met de medeverdachten worden toegewezen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 25-11-2025