Een bewindvoerder verzoekt de rechtbank om op grond van artikel 385a Fw een man de schone lei te ontnemen. De man is in 2019 betrokken geraakt bij een verkeersongeval met een motorrijtuig en heeft hierbij letsel opgelopen. Tijdens de looptijd van de schuldsaneringsregeling heeft hij een voorschot van € 2.000 ontvangen. De schuldsaneringsregeling is in 2023 geëindigd wegens het verbindend worden van de uitdelingslijst. De letselschadeprocedure was op dat moment nog niet afgewikkeld. Op de uitdelingslijst is aangetekend dat er (waarschijnlijk) nog een schadevergoeding volgt als gevolg van een letselschadekwestie, welke (gedeeltelijk) aan de boedel moet worden afgedragen. De man is door zowel de bewindvoerder als door zijn gemachtigde meerdere keren nadrukkelijk erop gewezen dat hij de bewindvoerder moet informeren wanneer de resterende schadevergoeding werd ontvangen omdat een deel van die vergoeding in de boedel valt. Tevens heeft de bewindvoerder vermeld dat bij gebreke daarvan de schone lei kan worden ontnomen. In april 2025 (nadat de schuldsaneringsregeling ruim een jaar ervoor was geëindigd) heeft de bewindvoerder weer geïnformeerd naar de stand van zaken omtrent de letselschadevergoeding, omdat zij niks van de man had vernomen. Via de beschermingsbewindvoerder vernam de bewindvoerder dat de man in februari 2025 een VSO heeft getekend, waarin is vastgelegd dat de geleden en de eventueel nog te lijden schade is vastgesteld op € 37.000. De bewindvoerder heeft per e-mail van de beschermingsbewindvoerder een bericht ontvangen dat er een saldo van ruim € 27.000 aanwezig is op de beheerrekening. De bewindvoerder heeft de man en zijn beschermingsbewindvoerder verzocht om een bedrag van € 22.500 over te maken op de derdengeldenrekening van het kantoor van de bewindvoerder. In reactie op dit voorstel heeft de beschermingsbewindvoerder laten weten dat het bewind inmiddels is opgeheven. Na ontvangst van dit bericht heeft de bewindvoerder de man herhaaldelijk schriftelijk verzocht het openstaande bedrag over te maken. Vervolgens heeft de bewindvoerder vernomen dat het geld weg is en dat hij het volledige bedrag zou hebben vergokt. Ter zitting is alleen de bewindvoerder verschenen. De bewindvoerder is ontvankelijk als belanghebbende. De rechtbank concludeert dat de man, door de bewindvoerder niet in te lichten over de uitbetaling van de letselschadevergoeding en deze volgens volledig te vergokken, de schuldeisers ernstig heeft benadeeld. De rechtbank acht het verder onbegrijpelijk dat de beschermingsbewindvoerder, wetende van de verplichtingen van de man, toen er nog € 27.000 op de beheerrekening stond, dit bedrag zonder meer aan de man heeft uitgekeerd, zonder zelfs maar (tijdig) de bewindvoerder in te lichten. De schone lei wordt aan de man ontnomen.
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 01-09-2025