Een vrouw is betrokken geweest bij een verkeersongeval. De verzekeraar heeft de aansprakelijkheid erkend en een bedrag van € 17.000 aan schadevergoeding uitgekeerd. De vrouw stelt dat het ongeval diverse gezondheidsklachten bij haar veroorzaakt heeft. Zij vordert een voorschot van € 90.000 op de door haar geleden en nog te lijden schade en daarnaast een bedrag aan buitengerechtelijke kosten. De verzekeraar betwist het bestaan van de gestelde gezondheidsklachten en het causaal verband met het ongeval. Zij stelt dat de schade niet meer bedraagt dan de al verstrekte voorschotten. De rechtbank is van oordeel dat de hoofdpijnklachten en de pijnklachten aan de nek en de schouder aan de maatstaf van een plausibel – in de zin van: consequent, consistent en samenhangend – patroon van klachten voldoen. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat er sprake is van een causaal verband tussen het ongeval en de klachten. Gekeken dient te worden of de klachten van het ongeval tot de beperkingen leiden. De rechtbank komt tot de conclusie dat een deel van de klachten, namelijk de nek-, schouder- en hoofdpijnklachten, in juridisch causaal verband staan met het ongeval. Voor de onderrugklachten, tintelend gevoel in de armen, functioneel neurologische stoornis en psychische klachten staat het causaal verband met het ongeval niet vast. De rechtbank acht aannemelijk dat uit de klachten die vaststaan, gezien de blijvende aard ervan, in ieder geval enige beperkingen voortvloeien die van invloed zijn op haar algehele functioneren en verdienvermogen en dat de vrouw als gevolg daarvan schade lijdt. Onduidelijk is echter, bij gebrek aan een onafhankelijk deskundigenrapport van een verzekeringsgeneeskundige en (eventueel) daaropvolgend van een arbeidsdeskundige en een gespecialiseerd rekenkundige, wat de ernst en de impact van die beperkingen zijn voor onder andere het verdienvermogen en in welke mate de vrouw als gevolg daarvan schade heeft geleden. De vrouw heeft op dit punt niet aan haar stelplicht voldaan. Om deze reden oordeelt de rechtbank dat het gevorderde voorschot dient te worden afgewezen. Evenmin kan worden vastgesteld dat de schade die al is vergoed volledig is. De door de verzekeraar op dit punt gevorderde verklaring voor recht moet daarom eveneens worden afgewezen.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 03-12-2025