Strafrecht. De verdachte heeft gepoogd zijn ex-partner te vermoorden omdat hij het niet kon accepteren dat zij de relatie had beëindigd. De verdachte heeft haar die dag gevolgd en opgewacht op de parkeerplaats bij het winkelcentrum waar zij nietsvermoedend met haar moeder boodschappen deed. De verdachte heeft haar eenmaal buiten vastgepakt en het vuurwapen tegen haar rug gehouden waarna hij tot twee keer toe van korte afstand in haar rug heeft geschoten. Op het moment dat de moeder haar dochter wilde bijstaan door de verdachte vast te pakken, heeft hij haar in de borst geschoten ten gevolge waarvan zij ter plaatse is overleden. De verdachte is hierna rustig naar zijn auto gelopen, weggereden en als gevolg van een geraffineerd vluchtplan vijf weken lang uit de handen van politie en justitie gebleven. De vrouw heeft als gevolg van het handelen ernstig en blijvend fysiek letsel opgelopen aan haar zenuwstelsel. Hierdoor is zij verlamd geraakt en heeft zij last van sterke zenuwpijn. Zij zal voor de rest van haar leven blijvend invalide en hulpbehoevend zijn. Hiernaast heeft zij ook ernstig psychisch letsel opgelopen, dat zich uit in langdurige slaapproblematiek, gevoelens van (straat)angst en daarmee gepaard gaand psychisch trauma. De vrouw heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd. Ten aanzien van de door haar gevorderde shockschade overweegt het hof dat vaststaat dat zij direct is geconfronteerd met de dood van haar moeder. Nadat de verdachte de benadeelde had neergeschoten, heeft hij in haar bijzijn haar moeder doodgeschoten. De benadeelde was op dat moment bij bewustzijn en heeft dit meegemaakt. Zij heeft haar moeder bij die aanval door de verdachte horen schreeuwen en heeft hier blijvende herinneringen aan. Daarnaast is de benadeelde partij op het moment dat zij op de afdeling intensive care ontwaakte, direct meegedeeld dat haar moeder was overleden en al was begraven. Dit alles is voor de benadeelde zeer ingrijpend geweest en heeft geleid tot geestelijk letsel, te weten PTSS, zoals blijkt uit de overgelegde verklaring van een GZ-psycholoog. De benadeelde ondergaat hiervoor traumabehandelingen. Het hof wijst een vergoeding wegens shockschade van € 30.000 toe. Zij krijgt daarnaast ook affectieschade conform het Besluit vergoeding affectieschade toegewezen. Ten slotte krijgt zij een schadevergoeding van € 250.000 toegewezen voor de geleden immateriële schade. De kleindochter van de moeder heeft zich ook gevoegd als benadeelde partij en haar beroep op de hardheidsclausule van artikel 6:108 lid 4 aanhef en onder g BW slaagt. Zij stond in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot haar grootmoeder dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat zij als naaste moet worden aangemerkt.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 23-03-2026