Deelgeschil. De man is, rijdend op zijn bromfiets, aangereden door een auto. Hij heeft daarbij letsel opgelopen. De verzekeraar heeft de aansprakelijkheid erkend. De rechtbank oordeelt dat het verzoek zich leent voor een deelgeschil, ook al is het vrij uitgebreid. Daarnaast oordeelt de rechtbank ook dat ondanks dat de verzekeraar voorafgaand aan het deelgeschil een aantal toezeggingen heeft gedaan, het verzoek grotendeels niet prematuur is. De rechtbank gaat uitgebreid in op de verzoeken die zien op het verlies van verdienvermogen. De man verzoekt de rechtbank dat de verzekeraar in redelijkheid niet mag verlangen dat de man als werkvoorbereider (welk werk hij niet leuk vindt en zonder ongeval ook niet zou hebben verricht) inkomen genereert om verlies van arbeidsvermogen te voorkomen en verzoekt ook dat, nu hij gestart is als ondernemer, niet mag worden verwacht dat hij zich laat omscholen naar werk in een andere functie of branche, teneinde zijn verlies arbeidsvermogen te beperken. De rechtbank neemt in dit deelgeschil beslissing over diverse facetten van het verlies van verdienvermogen (de omvang schadebeperkingsplicht, recht op begeleiding, bevoorschotting) en over de buitengerechtelijke kosten (o.a. kosten voor voorbereiding verzoekschriftprocedures die niet zijn doorgegaan). De rechtbank oordeelt dat van de man in redelijkheid niet kan worden gevergd dat hij inkomen genereert als werkvoorbereider, ook niet als hij daartoe wel in staat zou zijn. De rechtbank acht hierbij van belang dat de keuze van de man om de (vervolg)opleiding tot werkvoorbereider te gaan doen geen volledig vrije keuze was, maar hem min of meer is opgedrongen door de omstandigheid dat het ongeval hem is overkomen. Zijn recht op zelfbeschikking dient hier te prevaleren boven zijn schadebeperkingsplicht. Het recht van de man om zelf zijn carrière te kiezen gaat naar het oordeel van de rechtbank niet zover dat van hem, ook als hij als zelfstandig ondernemer niet in zijn inkomen kan voorzien, niet kan worden verwacht dat hij zich op enig moment laat omscholen naar werk in een andere functie of een andere branche. De rechtbank wijst een voorschot op het verlies van verdienvermogen toe, evenals een voorschot op de buitengerechtelijke kosten. Een verzoek tot het toewijzen van een voorschot op het smartengeld wordt afgewezen. Dit verzoek is te prematuur omdat niet is gebleken dat partijen voorafgaand aan de deelgeschillenprocedure contact hebben gehad over het smartengeld.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 18-12-2025