Deelgeschil. Een vrouw is in 2023 op een industrieterrein rijdend op haar fiets in botsing gekomen met een vrachtwagen. De vrouw heeft als gevolg van het ongeval zwaar letsel aan haar linkerbeen opgelopen, namelijk drie complexe beenbeuken, die gepaard gingen met grote wonden. De vrouw vraagt in dit deelgeschil onder andere om voor recht te verklaren dat de WAM-verzekeraar van de vrachtwagen aansprakelijk is voor haar schade als gevolg van het ongeval. De WAM-verzekeraar doet een beroep op overmacht. De rechtbank overweegt dat het heel verdrietig is dat het ongeval de vrouw is overkomen. Zij stond samen met haar echtgenoot en kinderen aan de vooravond van een nieuwe toekomst. Ze waren op weg naar de Gamma om vloerbedekking uit te zoeken voor hun nieuwe woning. Het ongeval had nog slechter kunnen aflopen en is dat gelukkig niet gebeurd maar door het ongeval moeten zij hun toekomst nu heel anders tegemoetzien. De verzoeken van de vrouw moeten echter worden afgewezen. De vrachtwagenchauffeur kan namelijk geen enkel verwijt van het ongeval worden gemaakt. De rechtbank volgt de verkeersongevallendeskundige dat de chauffeur ervan uit mocht gaan dat hij in principe voorrang zou gaan krijgen van de naderende fietsers en dat er op ongeveer 2,9 seconden vóór het botsmoment geen ongevalsdreiging was. In die situatie was het zo onwaarschijnlijk dat de vrouw niet op tijd zou remmen dat de chauffeur bij het bepalen van zijn verkeersgedrag met die mogelijkheid naar redelijkheid geen rekening hoefde te houden. Hij hoefde er daarom niet op te anticiperen dat de vrouw niet (op tijd) kon remmen, of met de mogelijkheid rekening te houden dat zij niet tijdig zou remmen. Bovendien kon de chauffeur, zoals uit de ongevallenanalyse blijkt, toen al niet meer met het front van de trekker tot stilstand komen vóór de botsplaats. Immers, als hij eerder was gaan remmen dan zou zij tegen een ander deel van de vrachtwagenflank zijn gebotst. De rechtbank laat in het midden of de vrouw niet adequaat heeft geremd doordat de rem van de fiets van de vrouw kapot was. Dit kan de rechtbank niet vaststellen. De politie heeft dat weliswaar vastgesteld, maar heeft niet onderzocht of de rem al vóór het ongeval kapot was. De rechtbank laat ook in het midden of de zwaailichten van de vrachtwagencombinatie in werking waren. De deskundige heeft dat ook niet kunnen vaststellen. Het doet er ook niet toe, omdat dit niet aan het ontstaan van het ongeval heeft bijgedragen. De rechtbank beseft dat deze beslissing voor de vrouw een hard gelag is. Haar letsel is immers zeer ernstig en het is niet voorspelbaar of zij hiervan volledig zal herstellen. Dit gegeven kan echter op zichzelf niet bijdragen aan de eventuele aansprakelijkheid van de WAM-verzekeraar, omdat uit de beslissing volgt dat haar verzekerde een terecht beroep op overmacht toekomt. Aan de vrachtwagenchauffeur kan naar het oordeel van de rechtbank immers niet het kleinste verwijt worden gemaakt, ook al is het letsel van de vrouw ernstig.
Rechtbank Midden-Nederland, 21-11-2025