Strafrecht. Zware mishandeling met voorbedachte raad (art. 303 Sr) en diefstal van twee horloges (art. 310 Sr). De verdachte heeft het slachtoffer zo hard geslagen dat dit heeft geleid tot blijvende hersenschade. Het slachtoffer zal nooit meer een normaal leven kunnen leiden. Hij is de rest van zijn leven verlamd aan de rechterzijde van zijn lichaam. Daarnaast is hij blind geworden aan een oog. Hij is levenslang afhankelijk van intensieve verzorging en begeleiding. Het slachtoffer heeft zich als benadeelde partij gevoegd. Naar het oordeel van het hof is komen vast te staan dat de benadeelde partij als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde zeer ernstig lichamelijk letsel heeft opgelopen, te weten blijvend, ernstig hersenletsel, een halfzijdige verlamming, blindheid aan één oog, ernstige cognitieve stoornissen (geheugen, taal, gedrag, informatieverwerking), verminderde alertheid en extreme vermoeidheid en incontinentie. De benadeelde partij is door deze letsels volledig afhankelijk van een rolstoel en 24 uurszorg. Tevens heeft de benadeelde partij last van nierfalen, longproblemen en hartritmestoornissen. Verder staat de benadeelde partij onder controle bij de oogarts en is sprake van veelvuldige ziekenhuisopnames en/of -bezoeken. Daarmee is sprake van een grond voor toekenning van een schadevergoeding. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich – naar maatstaven van billijkheid en mede gelet op de bedragen die in de zogeheten Rotterdamse schaal worden genoemd bij de hiervoor genoemde letsels – voor toewijzing tot een bedrag van € 350.000. Ook de vader, moeder en broer van het slachtoffer hebben zich gevoegd als benadeelde partij. De vader heeft zijn zoon aangetroffen in comateuze toestand en heeft hierdoor PTSS ontwikkeld. Hoewel sprake is van samenloop van shock- en affectieschade dient die samenloop in casu niet te leiden tot matiging van het gevorderde. De vader krijgt een bedrag van € 42.500. De moeder, die haar zoon op de spoedeisende hulp heeft gezien, en ook PTSS heeft ontwikkeld, krijgt € 32.500. De broer van het slachtoffer, die hem ook in het ziekenhuis heeft gezien, krijgt € 15.000 aan vergoeding wegens shockschade. Zijn beroep op de hardheidsclausule omtrent affectieschade slaagt niet.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 10-04-2026