Bij een worsteling heeft een man door een schot uit een jachtgeweer letsel aan zijn linkeronderarm opgelopen. Als gevolg daarvan heeft hij een onderarmamputatie moeten ondergaan. Bij het incident waren de man, de schoonvader van de man en een andere persoon aanwezig. Deze andere persoon heeft in detentie zelfmoord gepleegd. De man heeft in eerste aanleg gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaart dat de andere persoon een onrechtmatige daad heeft gepleegd en dat de erfgenaam van deze persoon gehouden is tot vergoeding van de letselschade die hij heeft opgelopen. De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat de andere persoon degene was die het geweer heeft afgeschoten. Ook het hof kan op grond van de voorliggende bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, niet met een redelijke mate van zekerheid vaststellen dat de persoon de trekker heeft overgehaald. Het beroep op bescherming van de norm slaagt niet: het afgaan van het geweer is ook te wijten aan het gedrag van de man en zijn schoonvader. Zij hebben dezelfde norm geschonden, namelijk het deelnemen aan een worsteling waarbij een jachtgeweer betrokken is.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 21-01-2025