Naar boven ↑

ALGEMENE MEDEDELING

In de loop van januari 2025 wordt deze online omgeving geïntegreerd in Boomportaal (www.boomportaal.nl), waarna deze omgeving wordt opgeheven. Vanaf dat moment linkt deze URL automatisch door naar Boomportaal.

8.705 resultaten

Rechtspraak

PS 2025-0056

In 2017 is een vrouw geopereerd door een plastisch chirurg omdat haar beide borstprotheses verwisseld moesten worden. In 2019 heeft de vrouw de plastisch chirurg en het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden en nog te lijden schade. De partijen zijn verdeeld over het antwoord op de vraag of de plastisch chirurg bij de behandeling van de vrouw in strijd met de medische professionele standaard heeft gehandeld. Om deze impasse te doorbreken hebben partijen gezamenlijk besloten een onafhankelijke deskundige te benoemen. In 2022 heeft het onderzoek plaatsgevonden en in 2023 heeft de deskundige een conceptrapportage toegestuurd aan de vrouw. De vrouw heeft op advies van haar medisch adviseur een beroep gedaan op haar blokkeringsrecht. De vrouw vraagt nu de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht te bevelen. Het ziekenhuis stelt dat het verzoek misbruik van (proces)recht is en/of van de bevoegdheid om een deskundigenverzoek te verzoeken misbruik wordt gemaakt. De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af. De bezwaren van de vrouw tegen het conceptrapport zijn inhoudelijk van aard. Zij had inhoudelijk de discussie met de deskundige moeten aangaan door opmerkingen bij het conceptrapport te maken en vragen te stellen. Het blokkeringsrecht is hier gebruikt om het buitengerechtelijke deskundigentraject te doorkruisen en een nieuw deskundigenbericht te bewerkstelligen. Daarvoor is het blokkeringsrecht echter niet bedoeld.
Rechtbank Limburg, 03-10-2024

Rechtspraak

PS 2025-0048

Conclusie advocaat-generaal (A-G) Hartlief. Passagier met letsel heeft volgens de verzekeraar onwaarachtig verklaard bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst die op naam is gesteld van de zus van de passagier. De vrouw is volgens het hof een ‘bekende derde’ in de zin van artikel 7:928 BW, die geen uitkering toekomt omdat sprake is geweest van het schenden van de precontractuele mededelingsplicht en sprake is geweest van opzet om de verzekeraar te misleiden. Volgens de A-G moet ook een bekende derde in de zin van artikel 7:928 BW aan te merken inzittende die schade lijdt die aanleiding is voor de toepasselijkheid van de WAM worden aangemerkt als een benadeelde in de zin van artikel 6 WAM. Een andere wetsuitleg verdraagt zich niet met het EU-recht en de rechtspraak daarover van het Hof van Justitie. Het hof heeft de passagier ten onrechte haar eigen recht van artikel 6 WAM ontzegd en eveneens ten onrechte geoordeeld dat artikel 11 WAM niet in de weg staat aan het tegen haar inroepen van verzekeringsrechtelijke sancties door de verzekeraar. Het feit dat de passagier als benadeelde in de zin van de WAM moet worden aangemerkt brengt met zich mee dat het oordeel van het hof dat er geen sprake was van toepasselijkheid van het Bijrijders-arrest niet in stand kan blijven. De redengeving van het hof dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om op grond van artikel 6 WAM tot uitkering over te gaan is onvoldoende. De A-G concludeert dat het arrest van het hof vernietigd moet worden.
Parket bij de Hoge Raad, 13-12-2024