Naar boven ↑

ALGEMENE MEDEDELING

In de loop van januari 2025 wordt deze online omgeving geïntegreerd in Boomportaal (www.boomportaal.nl), waarna deze omgeving wordt opgeheven. Vanaf dat moment linkt deze URL automatisch door naar Boomportaal.

8.941 resultaten

Rechtspraak

PS 2019-0017

Y heeft van X een woonruimte gehuurd. Y was samen met een vriend op een plateau van de tot het woongebouw behorende brandtrap gaan staan, waarna dit plateau naar beneden is gestort. Y heeft door dit ongeval letsel opgelopen. X heeft de aansprakelijkheid voor voornoemd ongeval erkend. Y is vervolgens in een andere woning getrokken. X vordert na wijziging van eis betaling van een bedrag van € 1.815,43 wegens een huurachterstand. Y vordert in reconventie betaling van een bedrag van € 4.723,77 wegens ten onrechte betaalde huur. Y legt hieraan ten grondslag dat, als gevolg van een door het ongeval ontstane posttraumatische stressstoornis en het letsel, Y na het ongeval niet meer in staat is geweest om in de woonruimte te wonen. Y heeft – onder meer door het proberen te verkrijgen van een urgentieverklaring – gepoogd andere woonruimte te krijgen. Dit is niet gelukt. X heeft hierin ook niets voor Y gedaan. Als gevolg van het ongeval mist Y woongenot van het gehuurde. X heeft dit betwist en stelt zich op het standpunt dat er geen causaal verband bestaat tussen het ongeval en het niet hebben gehad van woongenot. De rechtbank oordeelt als volgt. Indien het ongeval niet had plaatsgevonden, dan had Y in de woning kunnen verblijven en had zij derhalve het woongenot gehad. X heeft enkel gesteld dat er geen sprake is van een causaal verband, maar heeft nagelaten om dit standpunt te onderbouwen. De vorderingen van X worden afgewezen. Ook de vorderingen van Y worden afgewezen, omdat zij X wel op de hoogte had moeten stellen van het feit dat zij niet meer in de woning kon verblijven, en ook niet in de woning verbleef.
Rechtbank Den Haag, 27-11-2018

Rechtspraak

PS 2019-0024

Eiser is in 2014 benoemd tot commissielid binnen de fractie van Gemeentebelangen Bronckhorst. In 2017 heeft de fractievoorzitter aan eiser bericht dat hij in overleg met de fractie heeft besloten het beëdigd commissielidmaatschap met onmiddellijke ingang stop te zetten. Zij wilde eerst een integriteitsonderzoek naar eiser verrichten. Eiser vordert een verklaring voor recht dat de gemeente onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door een integriteitsonderzoek naar hem in te stellen, door de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd en door de wijze waarop met de onderzoeksresultaten is omgegaan. Eiser vordert € 10.000 ter zake immateriële schadevergoeding. De rechtbank oordeelt dat de gemeente alleen onrechtmatig heeft gehandeld ten aanzien van het omgaan met de uitkomsten van het onderzoek. Dit omdat eiser niet de gelegenheid heeft gekregen te reageren op de conclusie en de beantwoording van de vraagstelling in het rapport alvorens het rapport aan het presidium en de gemeenteraad voor te leggen en door het rapport wel en de reactie van eiser op dat rapport niet actief openbaar te maken. De verklaring voor recht wordt dan ook gegeven. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen. De rechtbank wil niets afdoen aan de impact die het gebeuren op eiser (en zijn gezin) heeft gehad, maar ziet hierin geen aanleiding voor een veroordeling tot vergoeding van immateriële schadevergoeding, omdat het causaal verband tussen die impact en het onrechtmatig handelen van de gemeente ontbreekt.
Rechtbank Gelderland (Locatie Zutphen), 19-12-2018

Rechtspraak

PS 2019-0016

Deelgeschil. Verzoeker heeft een ontsmettingsbehandeling in de productieruimte van verweerder 1 uitgevoerd met ozon. Verzoeker heeft te hoge waardes ozon in de fabrieksruimte vastgesteld en is tot ontruiming overgegaan. Gedurende zijn inspectie- en ontruimingswerkzaamheden is verzoeker blootgesteld aan hoge concentraties ozon. Verzoeker droeg geen adembeschermingsmiddelen. Verzoeker heeft klachten ontwikkeld direct na het ozoninademingsincident, bestaande uit onder meer ernstige benauwdheid en hyperventilatie. Verzoeker is arbeidsongeschikt geraakt voor zijn functie. Een deskundige heeft geoordeeld dat er geen medische verklaring kan worden gevonden voor de klachten. Verzoeker verzoekt de rechtbank voor recht te verklaren dat er een causaal verband bestaat tussen de klachten en het ozoninhaleringsincident en dat verweerders hoofdelijk gehouden zijn om de hierdoor reeds geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade te vergoeden. Er is discussie tussen partijen of de werknemer de volledige bewijslast ingevolge artikel 150 Rv draagt. De rechtbank oordeelt dat volgens de regels er een vermoeden is dat, indien de zojuist genoemde feiten komen vast te staan, de gezondheidsschade van de werknemer is veroorzaakt door de omstandigheden waarin deze zijn werkzaamheden heeft verricht. In de deelgeschilprocedure is er geen ruimte om deze vraag te beantwoorden. De verzochte verklaring voor recht wordt daarom op grond van het bepaalde bij artikel 1019z Rv afgewezen. 
Rechtbank Overijssel, 19-11-2018

Rechtspraak

PS 2019-0009

Eiser, werkzaam als onderhoudsmonteur voor Eneco, is onder werktijd staande gehouden door de politie. Er is een discussie ontstaan tussen eiser en de desbetreffende verbalisant. De politiemedewerker heeft naar aanleiding van het voorval contact opgenomen met Eneco en gezegd dat het gedrag van eiser jegens de politie geen goede reclame voor Eneco zou zijn. Daarna is eiser door Eneco niet meer ingezet als onderhoudsmonteur. Eiser stelt dat de politiemedewerker die hem staande had gehouden door het doen van genoemde mededelingen jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld en dat de politie op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk is voor de hierdoor aan hem toegebrachte schade. De schade bestaat uit € 19.050,52 inkomstenderving en € 3.000 reputatieschade. Niet in geschil is dat de gedraging van de politiemedewerker een onrechtmatige daad oplevert. De kantonrechter oordeelt dat er een causaal verband bestaat tussen de onrechtmatige daad en de schade. Het totale bedrag aan misgelopen inkomsten wordt vastgesteld op € 18.879,25, welk bedrag ter zake van geleden materiële schade wordt toegewezen. Voor zover eiser betoogt dat hij psychische schade heeft geleden door het voorval, heeft hij echter onvoldoende concrete gegevens aangevoerd waaruit dat geestelijk letsel kan volgen. Om van geestelijk letsel te kunnen spreken is niet voldoende dat sprake is van meer of minder sterk psychisch onbehagen of een zich gekwetst voelen. De vordering tot immateriële schadevergoeding is daarom als onvoldoende onderbouwd niet toewijsbaar. 
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 18-10-2018

Rechtspraak

PS 2019-0012

Appellant stelt dat hij herhaaldelijk last heeft van ernstige geluidsoverlast uit het buurthuis (in gebruik door een vereniging) in het naastgelegen pand. Appellant stelt dat de geluidsoverlast onrechtmatig is jegens hem. Ook de gemeente zou onrechtmatig jegens appellant handelen door vanuit haar positie als overheid en haar positie als verhuurder onvoldoende op te treden tegen de door de vereniging veroorzaakte geluidsoverlast. Naast verschillende verboden voor de vereniging heeft appellant ook gevorderd de gemeente te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 6.399,18 aan appellant vanwege de schade die aan de woning van appellant is veroorzaakt door werkzaamheden met een trilplaat in de steeg; de vereniging en de gemeente hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de vermogensschade die appellant heeft geleden als gevolg van gederfde omzet en bedrijfsresultaten van zijn eenmanszaak; en van de door appellant geleden immateriële schade, nader op te maken bij staat. Appellant heeft gesteld dat hij door dit onrechtmatige handelen schade heeft geleden doordat hij door de veelvuldige geluidsoverlast te kampen heeft gehad met onrust, gespannenheid, prikkelbaarheid, concentratieproblemen en slaapstoornissen. Het hof verbiedt de vereniging nadere overtredingen van geluidsnormen te maken en veroordeelt de vereniging tot het vergoeden van de materiële en immateriële schade die appellant als gevolg van door vereniging veroorzaakte onrechtmatige geluidsoverlast heeft geleden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 11-12-2018