Naar boven ↑

ALGEMENE MEDEDELING

In de loop van januari 2025 wordt deze online omgeving geïntegreerd in Boomportaal (www.boomportaal.nl), waarna deze omgeving wordt opgeheven. Vanaf dat moment linkt deze URL automatisch door naar Boomportaal.

8.941 resultaten

Rechtspraak

PS 2019-0023

De onderhavige zaak betreft de aansprakelijkheid van de Staat. Eiser is op een zeker moment zijn rijbewijs verloren, waarvan hij aangifte heeft gedaan. Deze aangifte heeft niet kunnen voorkomen dat, met behulp van het verloren rijbewijs, door derden ruim 1700 motorvoertuigen op naam van eiser zijn gesteld. Op grond van deze kentekenregistraties worden aan eiser diverse boetebeschikkingen en belastingaanslagen opgelegd. Ook wordt de bijstandsuitkering aan eiser stopgezet, omdat hij op grond van het hoge aantal kentekenregistraties geacht wordt ondernemer te zijn. Eiser vecht de kentekenregistraties en de daaruit voortvloeiende gevolgen in rechte aan en dient een klacht in tegen de Staat bij het EHRM. Het EHRM oordeelt dat de Staat artikel 8 EVRM heeft geschonden door, kort gezegd, het rijbewijs na aangifte van vermissing niet ongeldig te verklaren en daardoor misbruik van de identiteit van eiser door derden mogelijk te maken. Eiser, die reeds voor de uitspraak van het EHRM de Staat bij brief aansprakelijk heeft gesteld voor de door hem geleden schade, spreekt de Staat na de EHRM-uitspraak in rechte aan. Zowel rechtbank als hof oordelen dat de (eventuele) aanspraak van eiser op de Staat is verjaard, waarbij zij voorbijgaan aan het betoog van eiser dat de verjaringstermijn van zijn vordering pas na de uitspraak van het EHRM is aangevangen. In cassatie wordt dit verjaringsoordeel door eiser bestreden. De conclusie van de advocaat-generaal strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat-generaal overweegt echter dat het de Staat zou sieren zich bij de afweging of al dan niet tot inning van de proceskosten over moet worden gegaan rekenschap te geven van zijn eigen rol en zich niet enkel te laten leiden door wat juridisch wellicht haalbaar is, maar vooral ook door wat maatschappelijk gezien juist zou zijn. De Hoge Raad volgt de conclusie en verwerpt het beroep.
Hoge Raad, 21-12-2018

Rechtspraak

PS 2019-0010

Kort geding. Letselschade. De kantonrechter heeft bij eerdere beschikking voor recht verklaard dat gedaagden (werkgever eiser en directeur van de bv) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door eiser geleden schade. Eiser is tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden (het schoonmaken van dakgoten) vijf meter naar beneden gevallen met een partiële dwarslaesie tot gevolg. Eiser stelt dat de geleden materiële en immateriële schade tot en met december 2018 € 250.000 bedraagt. Alleen al voor de komende vijf jaren heeft eiser een budget nodig van € 100.000. Daarbij is dan nog geen rekening gehouden met kosten ter zake van eventueel nieuw te treffen voorzieningen op het gebied van wonen, mobiliteit en rechtsbijstand. Eiser begroot zijn vordering uit hoofde van schade ten gevolge van de val thans op ruim € 1.400.000. Eiser maak thans aanspraak op een bedrag van € 500.000. Hoewel het kort geding zich niet leent voor het vaststellen van de omvang van de schade, is voorshands evident dat de uiteindelijke schade in de tonnen zal lopen. Het ligt dan ook in de rede om eiser een substantieel voorschot toe te kennen. Gelet echter op de terughoudendheid die geboden is bij het toewijzen van een geldvordering in kort geding, acht de voorzieningenrechter een voorschot van € 500.000 voorshands te hoog. Een voorschot van € 250.000 daarentegen acht de voorzieningenrechter in dit stadium reëel en zó aannemelijk, dat het restitutierisico als verwaarloosbaar is aan te merken.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 18-12-2018

Rechtspraak

PS 2019-0004

Gedaagde MaRan B.V. is onder meer eigenaar en beheerder van de websites kinkytijd.nl en chattijd.nl. Deze sites zijn gericht op mensen met belangstelling voor bdsm-seks: zij kunnen via deze sites profielen met foto’s bekijken, profielen aanmaken, sexchatten, foto- en filmbestanden uploaden en sexdaten. In mei 2013 heeft eiseres ontdekt dat er een nepprofiel met foto’s van haar was aangemaakt op de website kinkytijd.nl, met welk profiel de indruk werd gewekt dat zij bereid was tot het maken van sexdates. Dit nepprofiel is zonder haar toestemming geplaatst. MaRan heeft geweigerd een ip-adres of e-mailadres te verstrekken, ook niet na meerdere verzoeken daartoe. Uiteindelijk bleek dat het de zwager was van eiseres die erachter zat. Hij is inmiddels strafrechtelijk vervolgd. Eiseres heeft zich als benadeelde partij gevoegd in de strafzaak en heeft vergoeding van € 2.500 voor immateriële schade gevorderd en toegewezen gekregen. Eiseres verwijt MaRan zowel het niet onmiddellijk verwijderen van het profiel toen zij dat verzocht en het niet verstrekken van de NAW-gegevens. Zij meent dat MaRan door het nalaten als hiervoor omschreven onrechtmatig heeft gehandeld en derhalve gehouden is tot vergoeding van haar immateriële schade, die zij heeft begroot op € 15.000. De rechtbank is van oordeel dat een immateriële schadevergoeding van € 2.500 passend is. De rechtbank neemt onder meer in aanmerking dat het formulier waarmee eiseres de vordering als benadeelde partij in de strafzaak ingediend heeft in deze procedure niet is overgelegd, waardoor zij niet inzichtelijk heeft gemaakt voor welke schade zij in de strafzaak vergoeding heeft verzocht en welke andere schade zij nu vergoed wil zien. Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat de periode gedurende welke MaRan heeft verzuimd tot actie over te gaan, terwijl zij wel actie had moeten ondernemen, relatief kort is (medio april 2015 tot medio mei 2015). Ten slotte neemt de rechtbank in aanmerking hetgeen in soortgelijke gevallen doorgaans aan immateriële schadevergoeding wordt opgelegd. 
Rechtbank Overijssel (Locatie Almelo), 28-11-2018