Deelgeschil. Een man verzoekt de aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad vast te stellen van (de WAM-verzekeraar van) een vrachtwagencombinatie voor de door hem geleden schade als gevolg van een val in een vrachtwagen. De man stelt dat tijdens zijn werkzaamheden in een laadstation de chauffeur optrok, ondanks dat de trailer in het laaddok ‘vergrendeld’ stond. De kantonrechter is van oordeel dat dit geschil zich niet leent voor een beoordeling in deelgeschil. De man heeft zijn beweerdelijke schade op geen enkele wijze onderbouwd. De WAM-verzekeraar heeft eerder, en ook bij verweerschrift, ter zake verweer gevoerd en om een onderbouwing van het letsel en de schade verzocht. Gelet daarop had van de man verwacht mogen worden dat hij op zijn minst een begin van een onderbouwing in het geding had gebracht van het letsel dat hij zegt te hebben opgelopen en de schade die hij als gevolg daarvan zegt geleden te hebben. Te denken valt bijvoorbeeld aan een uitdraai van het huisartsenjournaal, verslagen van (andere) behandelaars met diagnosestelling en behandelingen, afspraakbevestigingen met behandelaren, nota’s van de ziektekostenverzekering et cetera. Van aansprakelijkheid wegens onrechtmatige daad kan alleen dan sprake zijn als er schade is. Nu de man verzoekt de aansprakelijkheid vast te stellen, maar geen begin van enige onderbouwing van beweerdelijk geleden schade heeft gegeven, kan een verklaring ter vaststelling van de aansprakelijkheid (als die wordt begrepen als ‘stel het onrechtmatig handelen vast’) niet bijdragen aan een verdere oplossing in der minne omdat partijen ook twisten over de toedracht, het mogelijk letsel en de schade.
Rechtbank Gelderland, 27-05-2025