Deelgeschil. Een vrouw is tijdens Oudejaarsavond van een motor gevallen waarop zij als passagier meereed. De vrouw is door haar val zeer ernstig gewond geraakt (dwarslaesie, hersenletsel en een verlamde dominante rechterarm) en vraagt de rechtbank in dit deelgeschil te bepalen dat de bestuurder van de motor en zijn WAM-verzekeraar de schade moeten vergoeden die zij als gevolg van de val heeft geleden en zal lijden. Volgens de bestuurder en de verzekeraar staat niet vast dat de vrouw van de motor is gevallen door een aan de bestuurder toe te rekenen omstandigheid. Zij verzoeken in een tegenverzoek om, in het geval de rechtbank mocht beslissen dat de bestuurder wel aansprakelijk is voor de schade van de vrouw, voor recht te verklaren dat de vrouw eigen schuld heeft aan de val van de motor. In de tussenbeschikking heeft de rechtbank al beslist dat de vrouw in haar verzoek in dit deelgeschil ontvankelijk is. De rechtbank overweegt dat de bestuurder in strijd heeft gehandeld met de wettelijke plicht om na wijziging van een motor een RDW-herkeuring te laten uitvoeren. In de tussenbeschikking heeft de rechtbank over het vereiste causaal verband tussen onrechtmatige daad en schade overwogen dat de omstandigheid dat de motor niet door de RDW was herkeurd, op zich niet voldoende is om, los van de toedracht van het ongeval tot aansprakelijkheid van de bestuurder voor het ongeval te concluderen, aangezien er op dat moment geen redenen waren om aan te nemen dat het niet beschikken over de vereiste goedkeuring van de RDW tot het ontstaan van het ongeval in dit concrete geval heeft geleid. De rechtbank ziet aanleiding om het in de tussenbeschikking gegeven oordeel over het causaal verband tussen schending van de plicht om de motor door de RDW te laten herkeuren en het ongeval nu anders te beoordelen. De reden daarvoor is dat ook na de tussenbeschikking de motor niet alsnog ter herkeuring door de RDW is aangeboden, hoewel de rechtbank in de tussenbeschikking tot uitdrukking heeft gebracht ervan uit te gaan dat dat op later moment tijdens de procedure wel zal zijn gebeurd. Door de bestuurder en de WAM-verzekeraar zijn geen goede redenen aangevoerd waarom is nagelaten de motor alsnog te laten keuren. De rechtbank is het met de vrouw eens dat onder die omstandigheid er niet van kan worden uitgegaan dat als een herkeuring zou zijn uitgevoerd de motor door de RDW zou zijn goedgekeurd. Dit impliceert dat ervan moet worden uitgegaan dat in de hypothetische situatie dat de bestuurder de motor zou hebben laten herkeuren, die motor zou zijn afgekeurd. In die (hypothetische) situatie is ook aannemelijk dat de bestuurder niet met de motor zou hebben gereden. En dat leidt weer onontkoombaar tot de conclusie dat het ongeval in die situatie niet zou hebben plaatsgevonden. De rechtbank neemt bij de beoordeling van het rijgedrag van de bestuurder in aanmerking dat hij ermee bekend was dat de vrouw die dag een medische behandeling in de vorm van en bestraling had ondergaan en dat zij zich bij eerdere keren daardoor ook ‘niet lekker’ heeft gevoeld. De bestuurder wist daarom, of hij had zich dat moeten realiseren, dat de fysieke conditie van de vrouw niet optimaal was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft hij hiermee bij zijn rijgedrag in onvoldoende mate rekening gehouden. De rechtbank is verder, alle feiten en omstandigheden afwegend, ook van oordeel dat hij de vrouw niet op zijn motor als passagier had moeten meenemen. De slotsom is dat de bestuurder in de hierboven beschreven mate onvoldoende zorgvuldig handelen kan worden verweten en dat de aansprakelijkheid van hem mede daarop kan worden vastgesteld. Het beroep op eigen schuld slaagt. De vrouw had, wetende dat zij die dag een medische behandeling in de vorm van radiotherapie had ondergaan, waarvan een van de bijwerkingen volgens de behandelend medisch specialist vermoeidheid is, niet achter op de motor moeten stappen. De rechtbank beslist dat de bestuurder voor 75% aansprakelijk is voor de schade van de vrouw, de WAM-verzekeraar dienovereenkomstig tot schadevergoeding verplicht is en dat de vrouw 25% van haar schade dus zelf moet dragen.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13-08-2025