De producent heeft een permanente sterilisatiemethode voor vrouwen ontwikkeld. Bij deze methode plaatste een gynaecoloog een spiraalachtig implantaat, Essure, in de eileiders van de vrouw. De Stichting komt op voor alle vrouwen die in Nederland Essure geïmplanteerd hebben gekregen. Volgens de Stichting is Essure onveilig en heeft de producent daar onvoldoende onderzoek naar gedaan. Essure veroorzaakt gezondheidsklachten bij de vrouwen en daar zijn de vrouwen onvoldoende voor gewaarschuwd. Een substantieel aantal vrouwen heeft de keuze gemaakt om Essure operatief te laten verwijderen en ondervindt sindsdien geen klachten meer of een afname daarvan. Om te bereiken dat deze vrouwen een schadevergoeding krijgen, en de zorgverzekeraars worden gecompenseerd voor de medische kosten, is de Stichting deze massaschadeprocedure tegen de producent gestart. De producent bestrijdt dat zij aansprakelijk is tegenover de vrouwen. Zij is van mening dat Essure een veilig product is en dat de klachten die de vrouwen hebben niet door Essure komen. In het kader van het partijdebat over de gestelde gebrekkigheid van Essure en het causale verband met de klachten, hebben partijen diverse publicaties en rapporten van medisch-wetenschappelijke onderzoeken over (de veiligheid van) Essure overgelegd. Om al deze onderzoeken tegen elkaar te kunnen afwegen, wil de rechtbank zich eerst laten voorlichten door een commissie van deskundigen over de (methodologische) kwaliteit van de aangehaalde onderzoeken en de zeggingskracht en relevantie van die onderzoeken. Daarnaast wil de rechtbank onafhankelijk laten toetsen of de producent meer en betere onderzoeksmogelijkheden tot haar beschikking had staan dan zij heeft benut, zoals de Stichting heeft aangevoerd. De rechtbank constateert dat zich in het dossier geen langetermijnonderzoek bevindt, waarbij een vergelijking wordt gemaakt tussen een controlegroep vrouwen zonder Essure en zonder anticonceptie die op het lichaam inwerkt (zoals de pil of een spiraal) en een controlegroep vrouwen met Essure. De producent heeft aangevoerd dat dit onderzoek niet mogelijk is, terwijl de Stichting juist de producent verwijt dit onderzoek niet te hebben gedaan. De rechtbank wil zich daarom laten voorlichten of dergelijk onderzoek, dat tot een directe manier van vergelijken zou leiden, wel of niet mogelijk was. Naast de discussie over de medisch-wetenschappelijke onderzoeken naar Essure, vindt de rechtbank ook relevant hoe gynaecologen in Nederland vrouwen die Essure geïmplanteerd hebben gekregen en klachten ervaren, behandelen. Bij een substantieel deel van die vrouwen wordt Essure namelijk sinds een aantal jaren verwijderd met een operatie, ondanks de verstrekkende gevolgen die dat kan hebben. Uit dat wat hiervoor is overwogen, volgt dat bij de rechtbank de vraag leeft of de onderzoeken die de producent heeft gedaan toereikend zijn en dan vooral of de producent (ook) onderzoek had kunnen doen naar vrouwen zonder Essure en zonder anticonceptie die inwerkt op het lichaam (pil, spiraal). De rechtbank zal een commissie van deskundigen benoemen, die bestaat uit twee klinisch epidemiologen (waarvan één voorzitter zal zijn), twee gynaecologen en één immunoloog. De rechter stelt de vraagstelling vast. De kosten van het deskundigenonderzoek worden over de partijen verdeeld. Uitgangspunt is dat de verzoeker deze kosten betaalt, maar omdat de producent nog niet aan haar verzwaarde stelplicht heeft voldaan dient zij de helft van de kosten te voldoen. Daarnaast wil de rechtbank meer informatie ontvangen van de producent over de (klinische) onderzoeken die zij naar Essure heeft ingesteld en de onderbouwing daarvan voor toelating tot en behoud op de markt, die zij nog niet heeft overlegd. Daarom zal de rechtbank de producent op grond van artikel 22 Rv bevelen de documenten die staan opgesomd bij akte in deze procedure te overleggen.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 11-02-2026