Naar boven ↑

Update

Nummer 9, 2026
Uitspraken van 3 maart 2026 tot 9 maart 2026
Redactie: Mr. H. Vorsselman, mr. drs. I. van der Zalm, mr. Y. Bosschaart en J. Stulp.

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij treft u de nieuwe PS Updates aan. Voor u is een uitspraak over het gebruik en aanrijken van lachgas in het verkeer uitgelicht. De tweede uitgelichte uitspraak betreft een strafzaak. Opvallend aan die uitspraak is dat de rechtbank bij het bepalen van de hoogte van de immateriële schade de aard van de aansprakelijkheid (opzetdelict) weliswaar laat meewegen, maar niet automatisch de verhoging van 25% uit de aanbevelingen (van het LOVCK, LOVCH en LOVS) overneemt. 

Rechtspraak
In deze nieuwsbrief hebben wij een selectie opgenomen van de sinds de vorige nieuwsbrief verschenen uitspraken, die te raadplegen zijn via de hyperlinks onder aan deze nieuwsbrief. 

Aanreiken lachgas aan bestuurder en gordelkorting.
De man is als passagier in een personenauto op 23 april 2020 betrokken geraakt bij een verkeersongeval en hij is daarbij gewond geraakt. De WAM-verzekeraar heeft uitkering op grond van de WAM geweigerd, omdat de man zelf in gelijke mate als de bestuurder zou hebben bijgedragen aan de veroorzaking van het ongeval. De man is bij de bestuurder van de auto ingestapt en op verzoek van de bestuurder heeft de man hem tijdens het rijden ballonen met lachgas gegeven. Toen zij op de N247 reden, is de bestuurder zonder te remmen op een vrijwel stilstaande pijlwagen gebotst. Daarbij is niet alleen grote materiële schade ontstaan, maar zijn ook meerdere personen gewond geraakt, waaronder de man. De bestuurder is door de strafrechter veroordeeld wegens roekeloos rijden door onder invloed van lachgas te rijden en een ongeval te veroorzaken. De rechtbank heeft de bestuurder van de auto aansprakelijk geacht voor het ongeval, maar 50% eigen schuld aan de zijde van de man aangenomen. Tegen die uitspraak is de WAM-verzekeraar in hoger beroep gekomen. In hoger beroep maakt zij ook nog een extra verwijt aan de man: hij zou de autogordel niet hebben gedragen. De WAM-verzekeraar stelt dat het gedrag van de man samen met die van de bestuurder als onrechtmatig gedrag moet worden gezien en dat man om die reden de bescherming van de WAM moet ontberen. Volgens de WAM-verzekeraar heeft de man zich zelf niet gedragen naar de norm waaraan hij in de procedure tegenover ASR bescherming wil ontlenen. Het hof volgt de WAM-verzekeraar hierin niet. Volgens het hof was er sprake van verschillende rollen tijdens het rijden. Er is niet gebleken dat de man zich heeft bemoeid met het rijden van de bestuurder. Het vullen van de ballonnen met lachgas gebeurde op verzoek van de bestuurder. Het enkele feit dat de man daaraan heeft toegegeven, betekent nog niet dat hij eveneens, in gelijke mate als de bestuurder, de norm heeft geschonden waarop de man zich tegenover de bestuurder c.q. de WAM-verzekeraar beroept. De keuze om de ballonnen lachgas leeg te zuigen bleef bij de bestuurder rusten; niet gebleken is dat de man hem daartoe heeft aangezet. Daarnaast is het rijgedrag van de bestuurder niet op zodanige wijze aan de man toe te rekenen dat hij in dat opzicht gelijk moet worden gesteld aan de bestuurder. Wel zijn er aan de man omstandigheden tegen te werpen die leiden tot eigen schuld aan zijn zijde. De man heeft onvoldoende betwist dat hij ten tijde van het ongeval een gordel heeft gedragen, wat volgens het hof eigen schuld oplevert. De man heeft geen hoger beroep ingesteld tegen de eigen schuld van 50% zodat dit percentage de bovengrens is van de vergoedingsplicht van de WAM-verzekeraar. Wel heeft de omstandigheid dat geen autogordel is gedragen bijgedragen aan de omvang van zijn schade. Het hof ziet daarin aanleiding de 50/50-verdeling ten nadele van de man bij te stellen naar een 40/60-verdeling. (PS 2026-0121)

Immateriële schade bij opzetdelict: 25% opslag uit de aanbeveling niet een-op-een overgenomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een aanslag op een woning. Medeverdachte 2 gaf medeverdachte 1 de opdracht om een zwaar explosief bij de woning te laten ontploffen. Medeverdachte 1 weigerde dit zelf te doen, maar regelde dat verdachte het zou uitvoeren. Verdachte voerde de opdracht vervolgens uit in ruil voor een vergoeding van € 300 en een halve gram cocaïne. De aanslag heeft zeer ernstige gevolgen gehad voor de bewoners. Het leven van het gezin, bestaande uit vader, moeder, zoon en dochter, is in één klap drastisch veranderd en totaal op zijn kop gezet. De moeder raakte bij de ontploffing zwaargewond en liep zeer ernstig beenletsel op. Hierdoor zal de moeder haar leven lang ernstig beperkt blijven in haar mobiliteit. De vader trof de moeder zwaargewond aan en vreesde dat de moeder het niet zou overleven. Door de explosie heeft de vader gehoorschade opgelopen en kampt de vader nog steeds met tinnitusklachten. De twee kinderen, beide jonge tieners, zagen de moeder zwaargewond in de hal van de woning liggen en waren bang dat de moeder zou overlijden. Naast het fysieke letsel van de moeder en de vader hebben alle gezinsleden ernstige psychische klachten ontwikkeld. De moeder en de vader hadden jarenlang een stabiele baan, maar zijn door het incident arbeidsongeschikt geraakt en zijn tot op heden niet in staat om weer te werken. De moeder heeft lichamelijk en geestelijk letsel overgehouden aan het ongeval, zij heeft een beenamputatie moeten ondergaan en heeft PTSS. De rechtbank wijst de gevorderde immateriële schade gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 200.000. Aan de vader wordt een bedrag aan immateriële schade van € 40.000 toegewezen. Daarnaast komt de vader een bedrag van € 17.500 aan affectieschade toe. Zijn partner heeft ernstig en blijvend letsel opgelopen; om die reden heeft hij recht op vergoeding van affectieschade. De kinderen van het slachtoffer, de moeder, vorderen beiden een bedrag van € 20.000 aan immateriële schade en shockschade. Daarnaast vorderen zij een bedrag van € 17.500 aan shockschade. Voor beide gevallen acht de rechtbank een bedrag van € 25.000 billijk voor de in totaal gevorderde immateriële schade en de shockschade tezamen. Tot slot acht de rechtbank in beide gevallen het gevorderde bedrag aan affectieschade billijk. In alle gevallen heeft de rechtbank bij het begroten van immateriële schade acht geslagen op de Rotterdamse schaal. Bij de schatting heeft de rechtbank de aard van de aansprakelijkheid (opzetdelict) meegenomen, maar heeft zij de 25% opslag uit de aanbeveling niet een-op-een overgenomen. De 25% opslag is namelijk een aanbeveling en geen vaststaand gegeven. De rechtbank kent naast immateriële schade ook diverse materiële schadevorderingen toe. Ten aanzien van het gevorderde verlies van arbeidsvermogen volgt een niet-ontvankelijkheidverklaring. (PS 2026-0129)

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ps-updates@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Ilona van der Zalm & Armin Vorsselman 
PS Updates

Hof

Rechtbank