Naar boven ↑

Update

Nummer 8, 2026
Uitspraken van 24 februari 2026 tot Gisteren
Redactie: Mr. H. Vorsselman, mr. drs. I. van der Zalm, mr. Y. Bosschaart en J. Stulp.

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij treft u de nieuwe PS Updates aan. In deze editie hebben wij voor u een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie belicht. Het betreft de beantwoording van door de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen. Ook is een uitspraak van de Hoge Raad uitgelicht over artikel 7:929 lid 1 BW, waarin de handelwijze van de AOV-verzekeraar centraal staat na het ontdekken van schending van de mededelingsplicht door de verzekeringsnemer. De derde uitgelichte uitspraak (in deelgeschil) behandelt de vraag wat de reikwijdte is van een erkenning van aansprakelijkheid door de eigen WAM-verzekeraar van een letselschadeslachtoffer jegens de partij van wie het letselschadeslachtoffer schade vordert. In deze PS Updates is daarnaast diverse verschenen literatuur opgenomen.

Rechtspraak
In deze nieuwsbrief hebben wij een selectie opgenomen van de sinds de vorige nieuwsbrief verschenen uitspraken, die te raadplegen zijn via de hyperlinks onder aan deze nieuwsbrief. 

HvJ EU prejudiciële vragen Hoge Raad. WAM: uitleg term bestuurder en de gevolgen daarvan.
Hof van Justitie van de Europese Unie. Prejudiciële vragen Hoge Raad over de reikwijdte van de verplichte WAM-dekking. Kan een bestuurder door het ingrijpen van een inzittende (plotseling aan de handrem trekken) zijn hoedanigheid van bestuurder verliezen en dan onder de verplichte dekking voor inzittenden gaan vallen? Artikel 12 lid 1 Richtlijn 2009/103/EG verplicht namelijk dat de WAM-verzekering het letsel van inzittenden dekt, maar niet het letsel van de bestuurder. Het Hof van Justitie beantwoordt de vraag ontkennend. De schade van de bestuurder hoeft niet door de WAM-verzekering te worden gedekt. Met betrekking tot een voertuig wordt met de term ‘bestuurder’ geduid op de persoon achter het stuur of achter de bedieningsorganen ervan die het voertuig bestuurt. De term ‘inzittende’ verwijst daarentegen naar een persoon die in een voertuig wordt vervoerd en het voertuig niet bestuurt. De bestuurder verliest zijn hoedanigheid van bestuurder niet als een inzittende ingrijpt, omdat anders afbreuk wordt gedaan aan zowel het fundamentele onderscheid tussen bestuurder en derden die slachtoffer zijn, dat kenmerkend is voor het bij de richtlijn ingevoerde stelsel van verplichte verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, als het onderscheid tussen de verplichting tot dekking door die verzekering en de omvang van de vergoeding van schade uit hoofde van de door het nationale recht geregelde wettelijke aansprakelijkheid voor het ongeval. Of de inzittende die ingrijpt aansprakelijk kan zijn naar civiel recht is een kwestie voor het nationale recht. (PS 2026-0119)

Hoge Raad. Schending mededelingsplicht AOV: artikel 7:929 lid 1 BW.
Hoge Raad. Verzekeringsrecht. AOV. In cassatie gaat deze zaak over de vraag of de AOV-verzekeraar de verzekeringnemer binnen de termijn van twee maanden bedoeld in artikel 7:929 lid 1 BW erop heeft gewezen dat hij bij het aangaan van een arbeidsongeschiktheidsverzekering zijn mededelingsplicht heeft geschonden. Volgens de Hoge Raad gaat de in artikel 7:929 lid 1 BW genoemde vervaltermijn van twee maanden pas lopen als de verzekeraar voldoende zekerheid heeft verkregen dat de verzekeringnemer diens mededelingsplicht niet is nagekomen. Indien de verzekeraar aanwijzingen heeft dat de verzekeringnemer zijn mededelingsplicht niet is nagekomen, kan de verzekeraar nader onderzoek laten verrichten. Als dat onderzoek betrekking heeft op medische gegevens en bij het onderzoek een medisch adviseur is betrokken, kan, mede gelet op het beroepsgeheim van de medisch adviseur, het moment waarop de medisch adviseur informatie ontvangt in de regel niet worden aangemerkt als het moment van ontdekking door de verzekeraar als bedoeld in artikel 7:929 lid 1 BW. Als uitgangspunt geldt dat in zodanig geval de verzekeraar pas nadat de medisch adviseur zijn advies aan hem heeft uitgebracht, kan beoordelen in hoeverre de opgave door de verzekeringnemer vóór het sluiten van de overeenkomst, beantwoordt aan hetgeen de verzekeringnemer toen verplicht was mede te delen aan de verzekeraar. De termijn van artikel 7:929 lid 1 BW vangt dan aan op het moment dat de verzekeraar die beoordeling met gepaste voortvarendheid heeft kunnen uitvoeren. Dit is door het hof miskend. Ten onrechte heeft het hof daarnaast geoordeeld dat de AOV-verzekeraar niet tijdig aan de verzekeringsnemer heeft laten weten welke gevolgen zij verbond aan de schending van de mededelingsplicht, zoals besloten ligt in artikel 7:929 lid 1 BW. Artikel 7:929 lid 1 BW bepaalt immers dat de verzekeraar die ontdekt dat aan de mededelingsplicht niet is voldaan, de gevolgen daarvan slechts kan inroepen indien hij de verzekeringnemer binnen twee maanden na de ontdekking wijst op de niet-nakoming onder vermelding van de mogelijke gevolgen. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof. (PS 2026-0118)  

Verzoeker deelgeschil gebonden aan erkenning aansprakelijkheid jegens wederpartij door eigen WAM-verzekeraar.
Deelgeschil. In 2021 heeft een motorrijder ernstig letsel (gedeeltelijke amputatie rechterbeen) opgelopen door een aanrijding met een auto die linksaf sloeg op een 80 kilometerweg, terwijl de motorrijder aan het inhalen was. In deze zaak verzoekt de motorrijder onder meer een verklaring voor recht dat de WAM-verzekeraar van de wederpartij ten minste ten dele aansprakelijk is voor zijn schade en dat deze schade door de WAM-verzekeraar vergoed moet worden. De eigen WAM-verzekeraar van de motorrijder heeft echter op basis van het schadeformulier en politierapport ongeclausuleerd aansprakelijkheid voor het ongeval erkend, nadat schade aan de auto was geclaimd. De rechtbank oordeelt dat de man gebonden is aan deze erkenning van aansprakelijkheid. De WAM-verzekeraar van de wederpartij mocht er gerechtvaardigd van uitgaan dat de erkenning een erkenning van aansprakelijkheid voor alle gevolgen van het ongeval inhield. Tegen de achtergrond van de omstandigheid dat de motorrijder zich de toedracht niet kon herinneren waren het schadeformulier en het politierapport voldoende voor de eigen WAM-verzekeraar om haar standpunt over de aansprakelijkheid te bepalen. De motorrijder kan dus geen aanspraak maken op vergoeding van zijn schade door de WAM-verzekeraar van de tegenpartij. De rechtbank komt dan ook niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de aansprakelijkheidsvraag. Als het zo is dat de eigen WAM-verzekeraar ten onrechte aansprakelijkheid heeft erkend en de man daarvan nadeel ondervindt, is dat een kwestie tussen deze twee partijen, waar de wederpartij en haar WAM-verzekeraar buiten staan. Geheel ten overvloede merkt de rechtbank op dat de thans beschikbare stukken voorshands de conclusie rechtvaardigen dat de motorrijder een verkeersfout heeft gemaakt en minst genomen in aanzienlijke mate aan het ontstaan van het ongeval heeft bijgedragen, maar dat de wederpartij onvoldoende oplettend is geweest. De rechtbank beperkt ten slotte de gemaakte uren bij de begroting van de kosten van de deelgeschilprocedure. (PS 2026-0109)

Literatuur 
F.J. Berkelder, annotatie JA bij: ‘Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 januari 2026, 200.345.209/01, ECLI:NL:GHARL:2026:127’, JA 2026/24 (Fertiliteitsfraude, Aansprakelijkheid ziekenhuis, Gerechtvaardigd vertrouwen op contractuele verhouding, Doorbreking verjaring, Schending informatieplicht)

L.A.B.M. Wijntjens, annotatie JA bij: ‘Gerechtshof Den Haag 20 februari 2026, 22-001174-24, ECLI:NL:GHDHA:2025:2358’, JA 2026/28 (Schokschade, Affectieschade, Vordering benadeelde partij) 

L.A.B.M. Wijntjens, annotatie JA bij: Gerechtshof Den haag 20 februari 2026, 22-000609-24, ECLI:NL:GHDHA:2025:2370’, JA 2026/29 (Schokschade, Affectieschade, Vordering benadeelde partij) 

R.A. Hoving, ‘De schadevergoedingsmaatregel in het licht van de normering en standaardisering van de behandeling van schade in het strafproces’, Verkeersrecht ANWB 2026/15

K.A.P.C. van Wees, ‘Oplossingsrichtingen voor een soepeler afwikkeling van letselschade’, Verkeersrecht ANWB 2026/16

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ps-updates@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Ilona van der Zalm & Armin Vorsselman 
PS Updates

Hof van Justitie van de Europese Unie

Hoge Raad

Hof

Rechtbank

Tuchtcolleges