Naar boven ↑

Update

Nummer 32, 2026
Uitspraken van 8 september 2026 tot 14 september 2026
Redactie: Mr. H. Vorsselman, mr. drs. I. van der Zalm, mr. Y. Bosschaart en J. Stulp.

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij treft u de nieuwe PS Updates aan. 
 
Rechtspraak
In deze nieuwsbrief hebben wij een selectie opgenomen van de sinds de vorige nieuwsbrief verschenen uitspraken die te raadplegen zijn via de hyperlinks onder aan deze nieuwsbrief.

Deze week selecteerden we slechts zes uitspraken. Een uitspraak over werkgeversaansprakelijkheid (schending zorgplicht) en een uitspraak die ziet op een zaak waar verdachte zijn ex-partner heeft vermoord en er sprake is van zowel affectie- (vader en moeder) als shockschade (zus) lichten we hieronder uit. Verder was er een afwijzing bij een deelgeschil (bewijslevering nodig), sprak een werknemer een werkgever aan, maar was de vordering onvoldoende onderbouwd, was er een zaak over de limiet die geldt bij de aansprakelijkheid van de vervoerder van personen over binnenwateren (geen bewuste roekeloosheid, zitplaats niet voorzien van stalen beugel en als gevolg daarvan letsel, limiet van toepassing verklaard) en kende de strafrechter een destijds 14-jarige jongen die na zware mishandeling aan een oog blind werd € 37.000 toe ter vergoeding van immateriële schade.

Zorgplicht werkgever: maatregelen hadden eerder getroffen moeten worden.
Deelgeschil. De uitzendkracht is via het uitzendbureau in dienst getreden bij het bedrijf in de functie van inpakker vleesindustrie. Tijdens de werkzaamheden is een collega met een elektrische stapelaar over de voet van de werknemer gereden. De werknemer heeft hierdoor ernstig voetletsel opgelopen. Uit de overgelegde stukken, in het bijzonder de ongevalsrapportage van het bedrijf, blijkt dat de bij het ongeval betrokken elektrische stapelaar niet een arbeidsmiddel was dat binnen de organisatie van het bedrijf gebruikelijk werd ingezet. Naar het oordeel van de kantonrechter brengt dit nog niet mee dat het gebruik daarvan in strijd was met de zorgplicht. Wel is van belang dat de organisatie (van de veiligheid) kennelijk niet op het gebruik van dit type stapelaar was ingericht. Juist als een werkgever een van de gebruikelijke situatie afwijkend arbeidsmiddel inzet, dient de werkgever zich ervan te vergewissen dat dit arbeidsmiddel veilig binnen de bestaande werkomgeving kan worden gebruikt. Het uitzendbureau en het bedrijf hebben niet betwist dat de op hen rustende zorgplicht is geschonden. Daarom staat de aansprakelijkheid van beide werkgevers vast. Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat uit de stukken de aansprakelijkheid van het bedrijf kan worden aangenomen. De stapelaar reed ten tijde van het ongeval achteruit. Voor de werknemer was toen zijn zicht door hoog opgestapelde kratten beperkt. Daarnaast staat vast dat er geen spiegels waren geplaatst op de stapelaar. Na het ongeval zijn er maatregelen getroffen om het zicht te verbeteren. De kantonrechter oordeelt dat van het bedrijf verwacht had mogen worden dat het maatregelen nam. Nu het bedrijf dat heeft nagelaten, heeft het zijn zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW, geschonden. Het verzochte voorschot aan smartengeld wordt toegewezen. De kantonrechter verklaart voor het recht dat beide werkgevers aansprakelijk zijn op grond van artikel 7:658 BW. (PS 2026-0401)

Moord en identificatie noodzakelijk: toewijzing affectieschade en shockschade.
Strafrecht. De verdachte heeft zijn ex-partner in haar woning vermoord door haar met een dolk tientallen malen te steken. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van 6.255 kinderpornografische afbeeldingen en video’s. De vader, de moeder en de zus van het slachtoffer hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. De vader en moeder vorderen beide € 17.500 aan immateriële schade (affectieschade). De zus vordert € 20.000 aan immateriële schade (shockschade). De rechtbank is van oordeel dat de vader en de moeder als ouders van het slachtoffer recht hebben op affectieschade als bedoeld in artikel 6:108 lid 3 BW. De rechtbank zal dan ook een bedrag van € 17.500 aan affectieschade toewijzen. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat voor de shockschade aan alle criteria is voldaan. De zus heeft het slachtoffer moeten identificeren en zij is daardoor direct geconfronteerd met de schokkende wijze waarop het slachtoffer om het leven is gebracht. Dit is te meer invoelbaar nu het gaat om haar zus en zij blijkens het dossier een nauwe affectieve band met elkaar hadden. Verder is door de zus voldoende onderbouwd dat zij door de directe confrontatie met het verminkte lichaam van haar zus PTSS en een recidiverende depressieve stoornis heeft opgelopen. Ook heeft zij de woning van haar zus moeten opruimen en schoonmaken. De rechtbank wijst het gevorderde bedrag van € 20.000 volledig toe. (PS 2026-0406)

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ps-updates@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Ilona van der Zalm & Armin Vorsselman
hoofdredacteuren PS Updates

Rechtbank

Antillen