Naar boven ↑

Update

Nummer 24, 2026
Uitspraken van 16 juni 2026 tot 22 juni 2026
Redactie: Mr. H. Vorsselman, mr. drs. I. van der Zalm, mr. Y. Bosschaart en J. Stulp.

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij treft u de nieuwe PS Updates aan. 

Rechtspraak
In deze nieuwsbrief hebben wij een selectie opgenomen van de sinds de vorige nieuwsbrief verschenen uitspraken, die te raadplegen zijn via de hyperlinks onder aan deze nieuwsbrief. 

Deze week is een tweetal uitspraken voor u uitgelicht. In de eerste uitspraak beoordeelt de rechtbank de verweren van een slachtoffer tegen de toepassing van de ‘Aanbevelingen rekenrente in personenschadezaken van LOVCK/LOVCH’ en de tweede zaak gaat over een val tijdens het dweilen op het werk. Is sprake van schade in de uitoefening van de werkzaamheden en heeft de werkgever aan de op hem rustende zorgplicht voldaan?

Bezwaren tegen hanteren uitgangspunten Aanbevelingen rekenrente verworpen. 
In een eerder tussenvonnis heeft de rechtbank aangegeven dat zij voornemens is om de rekenkundige te vragen om inzake de rekenrente aan te sluiten bij de Aanbevelingen rekenrente in personenschadezaken van LOVCK/LOVCH van 1 augustus 2024 (de Aanbevelingen). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. Door het slachtoffer worden bezwaren geuit tegen het hanteren van de Aanbevelingen. Volgens het slachtoffer is de in de Aanbeveling gehanteerde spaarrente van 1,5% in de eerste vijf jaar niet haalbaar en het slachtoffer stelt dat het bepalen van de rente en inflatie voor de jaren 6-30 een gok is. De rente moet volgens het slachtoffer worden gesteld op 0,5%. Ook stelt het slachtoffer dat de gehanteerde inflatie van 2% voor de eerste vijf jaar te laag is gezien de CAO-ontwikkeling voor supermarktmedewerkers die gebaseerd is op de (hogere) inflatie. De rechtbank overweegt dat het zowel ten aanzien van de te hanteren rente als de inflatie niet gaat om het verleden, maar om de rente en inflatie die verwacht wordt in de toekomst. De stelling dat moet worden uitgegaan van een lagere rente is door het slachtoffer onvoldoende onderbouwd, terwijl de Aanbevelingen volgens de rechtbank goed zijn onderbouwd. Ten aanzien van de inflatie wijst de rechtbank erop dat het niet gaat om de inflatie in het verleden, maar om de inflatie die verwacht wordt in de toekomst. Bovendien nemen de Aanbevelingen de prijsinflatie (CPI) tot uitgangspunt, niet de (hogere) looninflatie, omdat met de looninflatie al rekening wordt gehouden in de begroting van de jaarschade. Bij de berekening van het inkomen in de fictieve situatie wordt al uitgegaan van een stijging van het loon. Indien uitgegaan zou worden van looninflatie (zoals [eiser] lijkt te betogen) dan zou dat dubbelop zijn. De rechtbank verwijst verder naar de (notitie bij de) Aanbevelingen rekenrente waarin is gemotiveerd dat voor de inflatie is uitgegaan van voorspellingen van het CPB, DNB en het ECB voor de periode 2025 t/m 2029 en dat die uitkomen op 2%. Voor de tweede periode wordt uitgegaan van het percentage waar de ECB naar streeft, namelijk 2%, en wat ook ongeveer overeenkomt met het langjarig gemiddeld inflatiepercentage. Het percentage is ook in lijn met de middellange termijnverkenningen van het CPB. De Ultimate Forward Rate (UFR) gaat ook uit van een inflatie van 2%. Voor de derde periode wordt ook van 2% uitgegaan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het slachtoffer onvoldoende gemotiveerd waarom deze voorspellingen niet zouden kunnen worden gevolgd. De rechtbank verwerpt de bezwaren van het slachtoffer, wijst een deskundige toe en stelt de vraagstelling aan de deskkundige vast. (PS 2026-0269)

Val bij dweilen op het werk: huis-tuin-en-keukengevaar.
Een werknemer, als chauffeur werkzaam bij een van de twee aangesproken werkgevers, is tijdens het dweilen op het werk dat hij voor beide werkgevers verrichtte ten val gekomen. Na de val is de werknemer arbeidsongeschikt geraakt en spreekt hij zijn werkgevers aan. Vast staat dat de werkzaamheden van de werknemer niet enkel en alleen bestonden uit het bezorgen van maaltijden. Nu de schoonmaakwerkzaamheden wel zijn uitgevoerd in de frituur en vallen onder werkzaamheden die gebruikelijk zijn in een frituur, voldoen deze werkzaamheden volgens de rechtbank aan de kwalificatie van ‘uitoefening van zijn werkzaamheden’. De werkgevers voeren aan dat het niet glad was in de frituur omdat de vloer in de nabijheid van de frituurpannen voorzien zijn van antisliptegels en dat het voor de werknemer, voor de uitoefening van zijn functie als bezorger, helemaal niet nodig was om achter de frituurpannen te komen of daarmee samenhangende schoonmaakwerkzaamheden te verrichten. Daardoor waren de werkgevers volgens de rechtbank niet verplicht om de werknemer veiligheidsschoenen ter beschikking te stellen. Het ongeluk dat de werknemer is overkomen, hoort volgens de rechtbank thuis in de categorie ‘huis-tuin-en-keukengevaren’ waarvoor een werkgever niet kan of hoeft te waarschuwen. Het is van algemene bekendheid dat een natte vloer glad(der) is, zodat er meer oplettendheid mag worden verwacht van degene die dweilt. De werkgevers hebben al de nodige voorzorgsmaatregelen genomen om te voorkomen dat hun werknemers kunnen uitglijden door het (laten) leggen van antisliptegels voor de frituurpannen. Daarmee hebben zij aan hun zorgplicht voldaan. Hoe ongelukkig de val van de werknemer ook is geweest, het kan naar het oordeel van de kantonrechter niet worden gezegd dat de werkgevers ter zake enig verwijt te maken valt. De vorderingen van de werknemer worden afgewezen. (PS 2026-0272)

Literatuur 
N. van Tiggele-van der Velde, ‘Bestuurdersexoneratie onder de WAM: kwalificatie als “bestuurder” boven aansprakelijkheid?’, Aansprakelijkheid, Verzekering & Schade 2026/12, afl. 3. 

A. Kolder, ‘Eerlijk zullen we alles delen? Over personenschade en eigen schuld’, Aansprakelijkheid, Verzekering & Schade 2026/13, afl. 3. 

A.M. Overheul, ‘Over uitkering en schadevergoeding, voordeelstoerekening en het Verhaeg/Jenniskens-arrest,’ Aansprakelijkheid, Verzekering & Schade 2026/14, afl. 3. 

R.S.M. Bosch, ’Een uitzonderlijk geval: fertiliteitsfraude’, Aansprakelijkheid, Verzekering & Schade 2026/15, afl. 3. 

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar ps-updates@boom.nl.

Met vriendelijke groet,

Ilona van der Zalm & Armin Vorsselman
PS Updates

Rechtbank